~:§:~
Op deze pagina gaan we nog veel verder terug in de tijd...
Wij zijn er in geslaagd om door 30 jaar intens speurwerk de namen van onze voorouders van de laatste 800 à 850 jaar terug te vinden.De alleroudste vermelding van de mansus hairoke in Flobecq, nabij het toponiem roke waaraan wij deze achternaam ontleenden dateert van 1148.
De vreemde en zeldzame Germaanse voornaam Wicars zal misschien verdere aanwijzingen geven tot welke Germaanse stam onze verste voorouders, die nog geen erfelijke familienaam hadden, behoorden...
Eventueel zou de mansus hairoke -als mogelijke zeer oude Frankische of zelfs Gallo-Romeinse hoeve- een tipje van de sluier kunnen oplichten.
Vanaf het begin van de 5de eeuw bestookten de Franken de noordgrens van de Romeinse provincie Belgica, en na de val van het Romeinse rijk vestigden zij zich definitief in de streek, met Doornik als hun eerste hoofdstad.
Vóór deze Frankische invasie kenden onze streken een Gallo-Romeinse mengcultuur.
Het is mogelijk dat archeologische vondsten in de Vloesbergse bodem ons omtrent deze periode enige gegevens verschaffen.
Een Romeinse heirweg vertrekkend vanuit Doornik doorkruiste Flobecq en sporen van een beperkte nederzetting gedurende de Romeinse overheersing werden er aangetroffen.
Volgens Gaius Iulius Caesar in zijn Comentarii de bello Gallico werd deze streek rond 50 v.C. bevolkt door de Nerviërs, een Belgische stam die behoorde tot de Keltische volkeren, wiens oorsprong gesitueerd wordt in het stroomgebied van de Donau.
In deze context dienen we zeker de vondst van de schat in Flobecqs buurgemeente Frasnes-lez-Buissenal te vermelden.
Deze bevatte onder meer twee gouden torques -Keltische halsbanden- die gedateerd worden tussen 500 en 300 vóór onze jaarrekening.
Eén van deze torques is versierd met geometrische figuren, de kop van een ram en monsters met slangenlichamen en snavels van roofvogels, en wordt algemeen beschouwd als een hoogtepunt van Keltische siersmeedkunst.
Deze halsband bevindt zich in de collectie van het Metropolitan museum te New York.
![]() |
Zeer waarschijnlijk dienen we de verste genealogische wortels van onze voorouders dus te zoeken in een versmelting tussen "autochtone" Keltische Nerviërs, "overheersende" Romeinen en "binnenvallende" Germaanse Franken.
Maar wat dacht u ervan om 60.000 jaar terug te gaan in de tijd?
Geneticus Spencer Wells organiseert op wereldwijde schaal zijn "Genographic Project", waarbij hij in de periode 2005-2010 ruim 100.000 D.N.A.-monsters zal verzamelen bij allerlei volkeren overal ter wereld.
Ons D.N.A. is immers een geschiedenisboek, en dit project kan inzicht verschaffen hoe de verschillende volkeren met elkaar verwant zijn.
In wetenschappelijke kringen gaat men er vrij algemeen aanvaard vanuit dat alle moderne mensen afstammen van een groepje van 25 tot 50 individuen die 60.000 jaar geleden op het Afrikaans continent leefden.
Via http://www.nationalgeographic.com/genographic kunt u (anoniem) aan dit project deelnemen, en via de atlas-pagina kunt u de migraties van de nakomelingen van dit klein groepje Homo sapiens sapiens volgen.
De url's van deze pagina's veranderen nogal regelmatig, en soms moet je eens "googlen" rond het trefwoord "genographic"...
Het zal u niet verwonderen dat ik ondertussen een staaltje mondvocht heb opgestuurd naar dit genografisch project, ten einde mijn DNA te laten analyseren en zo de mannelijke lijn van mijn verste voorouders te laten natrekken.
Via mijn persoonlijke code kon ik de lange weg van deze mannelijke voorouders -en dus ook die van iedereen die van vader op zoon de naam Verroken, Verhoken of Verhoeke overerfde- volgen.
De resultaten van de DNA test op het Y-chromosoom tonen aan dat wij behoren tot de haplogroep R1b.
Dit betekent dat wij samen met alle andere mannen uit deze groep een aantal specifieke mutaties in ons Y chromosoom bezitten, waaruit de genetici kunnen besluiten welke mannelijke voorouders wij gemeen hebben.
Wij geven u hier het overzicht :
Alle mannelijke niet-Afrikaanse mensen stammen af van één man, een Homo sapiens sapiens die tussen 31000 en 79000 jaar geleden leefde in de Grote Slenk streek in noordoost Afrika, zeer waarschijnlijk in Kenia of Soedan.
Deze man wordt in de wetenschappelijke literatuur doorgaans Adam genoemd.
Dit betekent geenszins dat deze "Adam" toen de enige mannelijke Homo sapiens sapiens was.
Men schat dat hij zeer waarschijnlijk ongeveer 60000 jaar geleden heeft geleefd, en dat er toen in totaal ongeveer 10000 mensen waren.
Hij maakte deel uit van een kleine groep, waarbij er nog mannen waren die heden levende afstammelingen hebben, maar deze verlieten Afrika niet.
Vermoedelijk heeft een klimaatsverandering veroorzaakt dat zijn afstammelingen Afrika hebben verlaten : de Afrikaanse ijstijd werd gekenmerkt door droogte, eerder dan door koude, en toen de ijskappen in noordelijk Europa opnieuw begonnen te smelten, werd het klimaat in Afrika vochtiger en warmer.
Voorheen onherbergzame plaatsen zoals de Sahara, werden tijdelijk vruchtbare savanne en dus bewoonbaar voor dieren en de hen bejagende mensen.
Ongeveer in dezelfde periode als deze gunstige klimaatsverandering vond een grote stap voorwaarts plaats in de intellectuele ontwikkeling van de moderne mens : het ontstaan van de taal.
Dit gaf ons een enorm voordeel ten opzichte van andere hominiden en leidde tot het vermogen om ervaringen door te geven, met elkaar samen te werken en vooruit te plannen, en tot verbeterde werktuigen en wapens.
Ongeveer 45000 jaar geleden leefde een man op de semi-aride grasvlaktes in Noord-Afrika of in het Midden Oosten.
90 tot 95 % van alle niet-Afrikaanse mannen zijn zijn afstammelingen.
Onze voorouders die Afrika verlieten volgden de kustlijn.
Ze behoorden tot de tweede grote migratiegolf uit Afrika en bevolkten de grasvlakten in het Midden Oosten.
Ongeveer 40000 jaar geleden veranderde het klimaat opnieuw en werd het weer kouder en droger.
Gedurende een periode van 20000 jaar werden de graslanden weer woestijn en was de corridor langs de Sahara opnieuw afgesloten.
De emigranten hadden dus slechts twee opties : in het Midden Oosten blijven of verder noordwaarts trekken, terugkeren naar Afrika was onmogelijk geworden.
Onze voorouders volgden de grote kuddes buffels, antilopen, wollige mamoeten en andere dieren naar Centraal Azië.
Deze semi-aride grasvlaktes vormden een aansluitende groene strook van Frankrijk tot Korea.
Ongeveer 40000 jaar geleden leefde in Centraal Azië een mannelijke Homo sapiens sapiens die als eerste de genetische mutatie vertoonde die
wordt gekenmerkt door de genetische marker M9.
Zijn uitgebreide groep afstammelingen wordt de Euraziatische clan genoemd en zou de volgende 30000 jaar grote delen van onze planeet bevolken.
De jagers volgden de kuddes steeds verder oostwaarts over de Eurazische steppen tot hun pad werd geblokkeerd door de massieve bergketens van zuidelijk Centraal Azië : de Hindu Kush, de Tian Shan en de Himalaya.
Deze drie bergketens onmoeten elkaar in Tajikistan en daar splitsten de jagers zich in twee groepen : sommigen gingen noordwaarts naar Centraal Azië, anderen gingen zuidwaarts richting Pakistan en Indië.
Ongeveer 35000 jaar geleden verscheen het genetisch baken aangeduid als M45 voor het eerst bij een man die is geboren in Centraal Azië.
Hij behoorde tot de Euraziatische clan en volgde de noordelijke route langs de Hindu Kush naar de steppes van Kazachstan, Uzbekistan en zuidelijk Siberië.
Wellicht had een nieuwe ijstijd met de erbij horende droogte de steppes van zuidelijk Centraal Azië veranderd in woestijnen.
Het aanpassingsvermogen en de inventiviteit van onze voorouders stelden hen in staat om tijdens de laatste ijstijd te overleven.
Gedurende deze periode ontwikkelden deze mensen verplaatsbare schuilplaatsen gemaakt van dierenhuiden, en door verbeterde jachttechnieken gecombineerd met betere wapens konden ze succesvol jagen op de veel grotere dieren die ze aantroffen in de koudere streken.
Hun wapenarsenaal bestond uit pijlpunten die ze verankerden in beenderen of houten stokken, ze gebruikten benen naalden om kledij te vervaardigen van dierenhuiden en pelsen.
De voorouders van bijna alle Europese mannen behoorden tot deze M45 Euraziatische clan.
Ongeveer 30000 jaar geleden trok een deel van de Centraal Aziatische clan westwaarts naar het Europese subcontinent.
een individu van deze clan droeg de genetische mutatie aangeduid als M207 op zijn Y-chromosoom.
Zijn nazaten splitsten zich op in twee groepen : één groep migreerde verder westwaarts naar Europa, een andere groep ging zuidwaarts richting Indië.
In de groep die westwaarts trok werd ongeveer 30000 jaar geleden een man geboren met de genetische mutatie aangeduid als M173.
Zijn nazaten maakten deel uit van de eerste grote golf Homo sapiens sapiens die Europa binnentrok.
Hun komst betekende de ondergang van de Neanderthalers, die behoorden tot de dicht aan de Homo sapiens sapiens verwante hominide soort Homo sapiens neandertalensis, die tijdens een eerdere migratiegolf vanuit Afrika naar West-Azië en Europa waren getrokken, terwijl de voorouders van de Homo sapiens sapiens toen in Afrika waren gebleven.
Betere onderlinge communicatie, betere wapens en grotere vindingrijkheid verschaften onze Homo sapiens sapiens-voorouders ten opzichte van de Neanderthalers een groot voordeel in de strijd om dezelfde schaarse middelen.
Deze eerste Europese groep Homo sapiens sapiens maakte werktuigen van steen, been, ivoor en schelpen.
naast werktuigen vervaardigden ze ook armbanden, halssnoeren en andere juwelen uit schelpen, tanden, ivoor en been.
Ongeveer 20000 jaar geleden verplichtten de uit het noorden oprukkende gletsjers onze voorouders uit te wijken naar het uiterste zuiden van Europa : naar Spanje, Italië en de Balkan.
Ongeveer 30000 jaar geleden vertoonde een mannelijk lid van de clan die zich over Europa had verspreid het genetisch baken M343, de typische mutatie voor de haplogroep R1b waartoe wij behoren.
Wij zijn dan ook directe afstammelingen van dit volk dat men de Cro-Magnons heeft genoemd, naar de plaats in Zuid-Frankrijk waar voor het eerst hun fossiele resten werden gevonden.
De Cro-Magnon mensen worden sinds enkele jaren in de wetenschappelijke literatuur omschreven als archaïsche homo sapiens.
Zij waren anatomisch bijna identiek aan de huidige mensen, enkel hun onderste ledematen hadden wat zwaardere beenderen.
Dit was zeer waarschijnlijk te wijten aan de nomadische levensstijl van de mannelijke jagers en vrouwelijke verzamelaars, waar de anatomie van de moderne homo sapiens enkele lichte veranderingen heeft ondergaan als gevolg van de minder hoogeisende levenswijze van de sedentaire landbouwers.
Onze Cro-Magnon voorouders zijn verantwoordelijk voor de beroemde rotsschilderingen in Zuid-Frankrijk.
Tijdens de laatste ijstijd beschutting zoekend in de grotten maakten ze schetsen van bisons, herten, neushoorns en paarden, evenals impressies van de jacht, de lente, zwangerschap ...
Deze mensen weefden kledij uit plantenvezels en ze hadden werktuigen uit steen, been en ivoor.
Hun juwelen en rotsschilderingen zijn de getuigen van een vrij hoog ontwikkelde cultuur en wijzen op een spectaculaire ontwikkeling.
Deze wordt beschouwd als de laatste ingrijpende verandering in de evolutionaire ontwikkeling van het genus Homo, en sommige wetenschappers beschouwen onze huidige hoogtechnologische samenleving slechts als een verdere verfijning van deze door de Cro-Magnon mensen gemaakte "Grote Sprong Voorwaarts".
Na de laatste ijstijd hebben de nazaten van deze mensen zich opnieuw verspreid over het hele Europese subcontinent.
Net zoals wij behoort het grootste deel van de mannen die in Noord-Frankrijk, België en Zuid-Engeland wonen tot deze groep.
~:§:~