de totale vernietiging
van het Doornikse archief


mei 1940



~:§:~



           Soms zeggen beelden meer dan woorden...

het Doorniks stadsarchief in 1939

het Doorniks stadsarchief na 16 mei 1940


De maand mei 1940 was een zeer warme maand, en op donderdag 16 mei zochten veel inwoners van Doornik wat verkoeling op de dorpel aan de voordeur, de kinderen speelden op straat.
Rond 15 uur weerklonk het alarm van de sirenes.
In de verte hoorde men het lugubere gegrom van de tweemotorige bommenwerpers van de Duitse Luftwaffe : in formatie, in groepjes van drie, naderden de Dorniers 17.

Tot dan had Doornik op 10 mei een zeer miniem bombardement ondergaan, waarbij drie doden waren gevallen, en had men in de tussenliggende week tijdens het luchtalarm de Duitse bommenwerpers op grote hoogte zien voorbijvliegen.
Vele Doornikenaars bleven dan ook naar de hemel turen op 16 mei en wezen naar de aankomende vijandige vliegtuigen.
Anderen zochten onmiddellijk de beschutting van de kelders op...

De luftwaffe voerde vijf opeenvolgende bombardementen uit en een regen van bommen daalde neer op Doornik.
Hier en daar braken de eerste branden uit.
De oevers van de Schelde waren zwaar geraakt, net als de bibliotheek, het stadsarchief, het stadhuis, de gebouwen van het bisdom en de St.-Quentin-kerk.

Nadat de sirenes het einde van het bomalarm afkondigden, sloeg een groot deel van de bevolking op de vlucht.
Ze verzamelden hun belangrijkste zaken en verlieten in kolonne de stad, daarbij de maneuvers hinderend van de geallieerde Engelse troepen.
Door gebrek aan middelen en manschappen slaagden de brandweermannen er niet in de vele branden te blussen voor de avond viel.
Net na het invallen van het duisternis scheerden de eerste Duitse bommenwerpers opnieuw over de stad, de bombardementen zouden aanhouden tot het ochtendgloren.

Op 17 mei verschenen tussen 9 en 10 uur 's morgens de eerste vijandige vliegtuigen boven Doornik en viel de stad ten prooi aan duizenden Duitse brandbommen.
Het vuur verspreidde zich via de daken, en weldra ontstonden enorme branden : van de Grote Markt tot aan de rue des Maux, in de rue de l'Yser, in de rue de Courtrai, en via de rue des Orfèvres, waar het stadsarchief en de bibliotheek in vlammen opgingen, bereikte het vuur de hoofdbeuk van de kathedraal.

Op zaterdag 18 mei werd duidelijk in welke catastrofale situatie Doornik zich bevond : het centrum van de stad was een ruine.
Hier en daar probeerden enkele moedigen de vele branden te bestrijden, maar zowat de hele binnenstad stond in lichterlaaie.
Uiteindelijk slaagde een Engels brandweerkorps erin de stadsbrand te stoppen door het creëren van brandgangen door het gericht doen exploderen van bepaalde huizenblokken.
De brand in de kathedraal kon pas bedwongen worden op zaterdagnamiddag.
Met de steun van een tiental vrijwilligers en de inzet van vijftien gevangenen aan wie de vrijheid was beloofd, was men er, onder leiding van Mr. Lambert, de directeur van de gevangenis, in geslaagd na 8 uren ononderbroken bluswerken de kathedraal te vrijwaren.

Op zondag en maandag 19 en 20 mei bliezen de Engelse genietroepen de overgebleven Doornikse bruggen over de Schelde op.
De slag aan de Schelde was begonnen...

Drie dagen later trokken de Duitse troepen Doornik binnen.

Een krantenknipsel uit een Duitse krant uit mei of juni 1940 toont ons de Duitse visie op de feiten :
"Die Zerstörung dieser Stadt kommt auf das Schuldkonto der Engländer, die hier zähen Widerstand geleistet haben."

Vanuit militaire invalshoek was het, gezien de aanwezigheid van Engelse troepen in Doornik, waarschijnlijk belangrijk te verhinderen dat er een geallieerd bolwerk langs de Schelde kon worden uitgebouwd.
Of het daarom noodzakelijk was deze stad bijna volledig te vernietigen is natuurlijk nog een andere vraag.

Deze barbaarse vernietiging op de rug van de weerstand biedende Engelse troepen schuiven was een al even dubieuze vergoelijking...



           De zeer rijke Doornikse archieven bevatten enkele zeer waardevolle collecties, waarvan sommige teruggingen tot het eind van de 12de eeuw.
Onder de belangrijkste archiefbronnen die onherroepelijk verloren gingen vermelden we :