de oorsprong van onze naam


~:§:~


             Uit de bijdrage over de betekenis van onze naam, bleek dat de oorspronkelijke vorm van onze achternaam de Picardische naam de le Roke is.

Daar het woordje roke in de naam de le Roke/van de roke verwijst naar een steengroeve of steenberg, hebben we geprobeerd na te gaan waar deze plaatsnaam roke zich bevond.
Deze plaats waarnaar onze verste voorouders zijn genoemd moet ook hun vestigingsplaats geweest zijn.

Aangezien de naam de le Roke een Picardische naam is, en geen Franse, moet die vóór 1350 ontstaan zijn in het Romaans taalgebied ergens tussen Picardië en Henegouwen.
De zoektocht naar de naam de le Roke bracht aan het licht dat er families de le Roke woonden in de steden Valenciennes en Doornik, en in de taalgrensdorpjes Ellezelles, Flobecq en Schorisse.
De familie van de roke had zich in de tweede helft van de 14de eeuw gevestigd in Berchem (Kluisbergen) en in Gent, allebei gelegen aan de Schelde.
Gezien de nabijheid van Berchem en Schorisse, Ellezelles en Flobecq, en het feit dat zowel Valenciennes, Doornik, Berchem en Gent aan de Schelde liggen, waren alle gevonden families de le Roke reële kandidaat-voorouders van de familie van de roke.

De speurtocht naar toponiemen roke in het Picardisch taalgebied leverde een veelheid van mogelijkheden op.
De ondergrond in de streek net bezuiden de taalgrens is bijzonder rijk aan exploiteerbare aders blauwe hardsteen, en er zijn dus rokes bij de vleet.

De combinatie van een familie de le Roke samen met een plaatsnaam roke werd slechts op 2 plaatsen vastgesteld : in Flobecq en in Doornik.

Er bleek na doorgedreven onderzoek dat het gebruik van achternamen in Doornik-stad rond het jaar 1200 is begonnen. In de beginfase van de stedelijke ontwikkeling van Doornik waren er overal in de stad kleine steengroeven : zo werden de stenen die gebruikt werden om de grote kathedraal te bouwen ter plaatse uit de grond gehaald. Aangezien het gebruik van achternamen de ondubbelzinnige identificatie van een persoon moest mogelijk maken, was het dan ook niet aangewezen iemand aan te duiden als "wonend bij de roke" ; er waren er zó veel in de stad dat je daarmee eigenlijk geen relevante informatie verschafte.
Daarenboven toonde F. J. Bozière in zijn werk over de straten van Doornik onweerlegbaar aan dat de families die zich zeer vroeg in Doornik hadden gevestigd, dikwijls hun naam gaven aan de straat waarin ze woonden.
Eén van die straten, de rue de le Roke werd -volgens ons- zo genoemd naar de familie de le Roke die zich daar had gevestigd, en dus duidelijk haar naam elders vandaan had!
Dat is natuurlijk waanzinnig interessant, en we komen daar later op terug, maar in deze context was dit dus net het omgekeerde van wat we zochten...

In het taalgrensdorpje Flobecq constateren we een heel andere situatie :
In 1275 werd een renteboek opgesteld in opdracht van Jan, de heer van de baronie Pamele-Oudenaarde, met daarin de opsomming van alle lenen die heer Jan bezat, de juiste ligging en grootte ervan, de namen van de leenhouders en de betaalde pachtsommen.
Deze befaamde Veil Rentier is wellicht het oudste renteboek van een Middeleeuwse adelijke familie uit Vlaanderen dat de tand des tijds heeft kunnen weerstaan. Bovendien is het renteboek uitzonderlijk fraai geïllustreerd met een 150-tal schetsen en tekeningen. Het zijn meestal scènes uit het dagelijks leven van de landbouwer en de ambachtsman, en het boek verschaft ook op die manier zeer rijke informatie.
De "Veil Rentier" is opgesteld in de Picardische taal, hoewel studies hebben aangetoond dat de heer van Pamele Vlaamse scribenten zou hebben gehad.

De heer van Pamele-Oudenaarde bezat lenen in een vijftigtal dorpen, en bij de opsomming van de lenen en leenhouders in Flobecq vonden we een plaats die werd aangeduid als le roke, waar een familie de le Roke woonde, die naar dit toponiem werd genoemd!!
Deze plaats roke bevond zich in het zuidwesten van de gemeente Flobecq, op een hoogte nabij het bos de le Roke.
Grenzend aan dit bos was er ook een masure de le Roke, de hoeve waarin de familie de le Roke woonde. Een masure was oorspronkelijk een hoevewoning met een stuk aangrenzende grond, groot genoeg om in het levensonderhoud van één familie te kunnen voorzien.

In vele dorpen waar de scribenten van de heer van Pamele-Oudenaarde de leenhouders registreerden, en in het bijzonder te Flobecq, kan worden vastgesteld dat veel personen hun achternaam ontleenden aan het toponiem waar ze woonden.
Zo genereerden bij voorbeeld de aan de masure de le Roke grenzende plaatsen Baudrengien en Homeliwés de familienamen "de Baudrengien" en "de Homeliwés", en was er een Bauduin d'Ancre genoemd naar de rivier de Ancre die door Flobecq loopt.

Verder onderzoek leverde in 1148 de oudste vermelding op van de plaats waar deze masure de le Roke zich bevond.
We kunnen bovendien aantonen dat de families de le Roke uit Flobecq en Doornik één familie waren, en we vonden zwart op wit dat een Delerocque uit Doornik op het eind van de 14de eeuw in het Vlaamse landsgedeelte als Vander Roke werd geregistreerd.

We hebben in het zuidwesten van Flobecq, een taalgrensdorp gelegen in het Picardisch taalgebied, de plaats roke kunnen lokaliseren waar in het derde kwart van de 13de eeuw een familie de le Roke woonde in hun masure de le Roke, nabij het bos de le Roke. Hier bevindt zich dus ongetwijfeld de oorsprong van onze familienaam, en woonden onze verste voorouders!

Deze plaats is ook vandaag nog vrij makkelijk te vinden en te bereiken, zoals u in de bijdrage over het toponiem Roke kunt lezen.


klik hier om naar het begin van dit document te gaan