onze naam
in de literatuur


~:§:~


De naam Ver(r)oken in de literatuur


           In zijn roman "De Vlasschaard" vertelt Stijn Streuvels over het boerenleven in de Vlaamse Ardennen. In het hoofdstuk "de wiedsters" komt de naam Veroken voor :


De wiedsters

De lente kwam als een kermis die ineens de heele wereld verblijdt; en van eersten af waren de buitenmenschen haar zoo gewend alsof er nooit geen kwade dagen geweest waren. Zij en voelden niet, de landlieden wat er in en rond hen veranderde of gebeurende was, maar ze genoten van het nieuwe leven, van den nieuwen groei in 't schoone voorjaar; ze leefden het zonnefeest meê zonder verwondering om hun eigen, opgeruimde blijheid en de blijheid van heel den buiten, - want ze was verwacht, de lente: ze kwam immers alle jaren op gestelden tijd.

Palmen-Zondag! De Paaschzonne!
De gang naar de kerk, naar de hoogmis, geleek een zegetocht met groen. Boeren en boerinnen, knechten en meiden, oud en jong, elk droeg zijn takje bosseboom. Z'en verdoken hem niet, maar droegen den groenen twijg hoog op, welgezind en preusch omdat hij zoo groot en zoo groene was.

En na den dienst, in elk huis, werd het paaschhout gedeeld en droeg men de scheutjes van den gewijden palm naar 't land en stak men er een op 't hoofdeinde van elken akker.

Binst de week, of kort ervoor, was het groote wonder gebeurd op de kouters: het zaad was levend geworden en de piepjonge groenigheid kipte uit den dooden grond. Als bij tooverslag was de dorre en doodsche eerde heur barre naaktheid bedekt.
Elke vrucht lag in hare doorscheede kleur als een versch tooisel over de wijd uitgestrekte vlakte, maar het bloeiende schietloof blaaierde boven al 't omliggende uit als schrooden en vlakken baarlijk goud op de wijde vacht van groen.
Omdat het gebeuren moest en nog nooit gefaald en had, wekte 't wonder weeral geen verbazing, maar 't verheugde de boeren wel en benieuwd waren ze ook om te zien ‘hoe’ de vrucht uitkwam en stond in den groei. Over heel de streek was dat de eenige, groot-ernstige gebeurtenis van belang; - van anders werd er niet gesproken en, na den noen, waren al wie iets gezaaid hadden, op de wegels aan 't wandelen tusschen de velden. Naar hun eigen zaaisels keken zij 't eerst maar die van hun buurman wilden ze ook bezichtigen. 's Avonds in de herbergen werd er gekout over den stand en den groei en na den ‘goên dag’ bij 't betegenen van boer met boer, was de eerste vrage: ‘Hoe staat de vlaschaard?’
Met 't vlas waren ze 't meest bezig en bekommerd. 't Vlas gold meer dan heel de andere dricht van 't geboerte. Wat er in 't najaar en in 't voorjaar gewrocht werd, lag nu voor eenieders oogen en in eenieders weten bloot; en openbaarlijk werd de faam van elken boer vernoemd naar den stand van zijne vruchten op 't veld.
Er was nu niets te verduiken of te loochenen van 't geen een boer in andere dingen wel eens durft en doen kan, en eenieder mocht er vrij zijn oordeel over strijken - 't stond immers langs den weg - en de kenners zegden geern wat er aan 't land te kort of te veel was en wat er aan 't beschot zou haperen ten oogsttijde.

Legijn en Duitschave's vlaschaards waren de beste van de streek; Verschaeve's was nog beter. Veroken's was te mager.
- Dat heeft hij met zijnen chemiek! spotten de boeren.
Maar Veroken liet de spotters begaan:
- We zullen zien wat 't were doet en als d'andere gevallen liggen, dan zullen we kouten, zegde hij.


de bloei

Die wel gemest hadden of in nat land gezaaid, waren de gelukkigen.
't Was te ziene aan Legijn's vlas en aan Verokens... en Vermeulens.
Legijn had den mest gespaard uit gierigheid; Veroken had willen zijn kunsten toonen en boeren naar de nieuwen snuf en had chemiek gestrooid, en Vermeulen had beter en verstandiger gedaan met zijn vlaschaard in de leegte te zaaien, dat was de algemeene overtuiging der boeren.

Maar wie zou er zoo'n droogte verwacht hebben?...
Als men 't op voordeel maar weten kon.
Een beetje meer nattigheid en Veroken zou wel vlas gehad hebben! meende Bovin; 'k heb dien vlaschaard gezien in zijn eersten groei...
En wie had het verwacht van Verschaeve's stuk?
Laat het nog veertien dagen schoon weer en Vermeulen's vlas zal ook wel steiten 't groeit nog!
...


~:§:~


           Ook in een minder bekend verhaal van Streuvels, "Kinderzieltje", komt een boerke Veroken voor :
...


~:§:~



           Antoine Verroken had eind de jaren 70 van de vorige eeuw daarover een gesprek met Fien Lateur, de dochter van de auteur.
Zij vertelde dat haar vader waarschijnlijk de naam gehoord had in de streek, en dat zij geen specifieke kennis van haar vader kende die "Veroken" heette, die zou kunnen "model" hebben gestaan voor deze terloops vernoemde boer Veroken.

Jan Verroken vertelde ons dat hij dikwijls met Streuvels samen een koffie ging drinken, en uit de gesprekken die daarbij werden gevoerd leerde hij dat de meeste van Streuvels verhalen gebaseerd waren op gebeurtenissen die zich hadden voorgedaan aan de Westvlaamse kant van de Schelde, maar dat hij zijn personnages namen gaf die hij had gehoord aan de -voor hem- "overscheldse" kant.

Waaruit we dus kunnen besluiten dat de boeren Veroken die in Stijn Streuvels' boeken voorkomen, niet verwijzen naar een specifiek familielid, maar dat de familienaam Verroken ook in de streek aan de Westvlaamse kant van de Schelde gekend was.



~:§:~



           In de roman "Toos" van Herman Brusselmans, waarin het hoofdpersonnage Danny Muggepuut op zoek gaat naar de vrouw van zijn leven, doet op pagina 142 een zekere Hella haar intrede in het verhaal.
Wat verder lezen we :

"'Je bent een heel lieve jongen, Danny. Ik hoop dat er iets op kan bloeien tussen ons.' Ze aaide Danny over de wang. Hij was hierdoor zo van slag dat hij niet eens merkte dat Lizzy Het Sorbonnetje verliet en om de hoek verdween. Als een meisje hem van slag bracht, wilde hij meteen haar achternaam weten. Hij vroeg ernaar. Ze zei dat die Verrooken was. Hella Verrooken. Het viel hem eerlijk gezegd wat tegen. Hij had zin om haar een naamsverandering voor te stellen. Hij hield zich in. " ......

Kort na deze passage verdwijnt Hella Verrooken na een ongeval uit het verhaal.



~:§:~



De naam Vanderook in de literatuur


In mei 2004 verscheen bij uitgeverij Tyndale het boek "The salt garden" van Cindy Mc Cormick Martinusen.

In the salt garden vertelt zij ons het verhaal van Claire O'Rourke, een jonge journaliste die werkt en leeft in San Francisco.
Wanneer ze op bezoek komt in haar geboortedorp Harper's Bay, besluit ze door gewijzigde familieomstandigheden daar te blijven.
Ze maakt er kennis met Sophia Fleming, een zeventigjarige,vroeger zeer succesvolle schrijfster die op een klein eilandje leeft.
Het personage van Josephine Vanderook komt tot leven via de pagina's van een zoutdoordrongen dagboek dat Sophia vindt langs de kust.
Josephine is een weduwe die 100 jaar geleden tijdens een scheepsramp is omgekomen.
Claire en Sophia lezen samen het dagboek, en er treedt een verrassende band op tussen de drie vrouwen, die de verschillen in tijd, ouderdom en levensomstandigheden overstijgt.

Het zou mij zwaar verwonderen dat er hier enig verband zou zijn met onze familienaam...Ik stuurde de auteur een e-mail om te informeren naar haar inspiratiebron voor deze achternaam, maar kreeg voorlopig geen antwoord.