De stad Delft


eind 16de eeuw


~:§:~



Delft in Zuid-Holland


Delft werd bestuurd door 4 burgemeesters, die jaarlijks gekozen werden door de stadhouder, na een nominatie door de "Veertigraad".
De schout, belast met de rechtshandhaving, en de zeven schepenen werden eveneens door de stadhouder benoemd.
Het college van burgemeesters, schepenen en schout werd omschreven als "de Heren van de Wet", en zij oefenden een grote invloed uit op het dagelijks leven van de Delftenaren.
Zij stelden de gemeentelijke wetten op die iedereen moest naleven, vaardigden regels uit voor de ambachten in de keuren, en bepaalden wie welke functie kon uitoefenen bij het weeshuis en andere charitatieve instellingen.

De stad Delft had zich in 1572 aangesloten bij stadhouder Oranje, hoewel het stadsbestuur weinig Calvinistische sympathieën had.
Om de vrede en de rust in de stad te bewaren werd de Nieuwe kerk aan de Calvinisten toegewezen, en kon de Rooms katholieke godsdienst verder beoefend worden in de oude kerk, in de conventen en in de kapellen.
Tegen het eind van het jaar kwam er onder druk van de Calvinisten een eind aan de godsdienstvrijheid en de katholieke geestelijken ontvluchtten de stad.

In tegenstelling tot vele andere Zuid-Hollandse steden weigerde Delft aanvankelijk vreemdelingen op te nemen, hoewel het met de stedelijke economie ver van schitterend gesteld was.
Veel vreemdelingen vestigden zich dan ook in buurgemeente Rotterdam, waar de bevolking extra toenam wegens “de precysheit van die van Delft”.

In het begin van 1583 veranderde het stadsbestuur van koers, en werden door de vroedschap schrijvers aangesteld “omme in den poorten deser stad op te schrijven alle vreemdelingen, in der stad komende”.
Vanaf 1596 werden contracten afgesloten met Vlaamse saaiwerkers om zich in de stad te komen vestigen, en probeerde men heimelijk textielproducenten uit Leiden weg te lokken door middel van “schoone voordelen ende profyten” zoals vestigingspremies, verhuisvergoedingen, gratis werkkrachten, gratis woonst en belastingsverminderingen.

Tussen 1576 en 1609 was een derde van de nieuwe poorters van Delft immigrant.
Hoewel de immigratie in Delft niet zo spectaculair was als in andere Zuid-Hollandse steden, mede door het feit dat het stadsbestuur betrekkelijk laat daartoe stimulerende maatregelen nam, was zij toch de belangrijkste factor van de aangroei van de bevolking, en het aandeel van Vlaamse inwijkelingen bedroeg rond 1622 toch een 4000 personen, zijnde ongeveer een vierde van de totale bevolking.

In de 17de eeuw nam de welvaart af.
De textielsector kreeg zware concurrentie uit Engeland.
In de tweede helft van de 17de eeuw vochten de Republiek en Engeland drie oorlogen uit, met verminderde handelsmogelijkheden tot gevolg, waardoor de inkomsten en de werkgelegenheid verder daalden.
Bovendien werd de stad regelmatig door de pest getroffen : 1601, 1624-'25, 1627, 1635-'36, 1655, 1662 en 1664.
Zo zouden in het pestjaar 1624 ongeveer 4000 personen, of ongeveer 20% van de bevolking, in Delft aan de pest zijn overleden.

de oude Delft (van der poel)                                de oude kerk van Delft (van vliet)                               de nieuwe kerk a°1658 (van vliet)

zicht op Delft a°1660 (vermeer)


~:§:~


klik op de link (of kijk eens op you tube) voor een preview van de film the girl with the pearl earring, die zich afspeelt in het 17de eeuwse Delft.
Een échte aanrader voor wie van kunst houdt, en tevens de sfeer van het 17de eeuwse Delft wil opsnuiven.