De familie vander Roocke
in Zuid-Holland



~:§:~



Gerardt vander Roocke (1588)

           Het burgerlijk huwelijk is een Nederlandse uitvinding die dateert uit het einde van de 16de eeuw.
Voordien was alleen een huwelijk, gesloten in de staatskerk, geldig.
De Republiek kende een grote rooms-katholieke minderheid, en men kon niet aan bijna de helft van de bevolking het huwelijk ontzeggen.

Degenen die niet tot de staatskerk behoorden konden getrouwd worden door de schepenen.
Het huwelijk kon daarna worden ingezegend door hun eigen kerk.
Alleen het burgerlijk huwelijk had rechtsgeldigheid.

Op 5 mei 1588 werd in het Raadhuis van Leiden de ondertrouw genoteerd van Gerardt vander Roocke, van Berchem, met Mayke Rengers, afkomstig van Hondschoten.
Gerardt werd “vergeselschapt met” Anthonis Ringere van Hondschoten, zijn bekende.
Maykes getuige was haar zuster Adriaentge Rengers.

Het plat streepje boven het voorzetsel "vān" is de standaardnotatie voor "vander".

Op 21 april 1582 waren te Leiden Aeltgen Rengers en ene Jan Jansz in het huwelijk getreden.

Op 20 januari 1589 huwde Maryke Rengers, geboren te Hontschoten, er met Jan Batten uit Poperinge.
De getuigen daarbij voor Maryke waren Anthonis Rengeer, haar vader, en Adriaentgen Rengeers haar schoonmoeder.
De getuigen voor Jan waren zijn moeder Janneken Batten en Bartholomeus Scheutens.

We vonden via het boek van J. Desreumaux “Leidens weg op” in het eerste poortersboek van Leiden op f° 85 de vermelding van “Anthonis Rengeer, geboren van hontschoten een saeydrapier es van gesintheyt geenen eed te doen, volgende de resolutien by die vanden gerechte deser stede upten 28e decembris genomen, zyn om niet poorters deser stede angenomen in vulle collegie van gerechte opten 29e marty 1583”
We vernemen er verder dat hij op de zelfde voorwaarden werd aangenomen als “Jaques Captyn, saeytrapier van Hontschoten. Es van gesintheyt geenen eedt te doen. Actum 29e marty 1583.

Alle de voorseide personen (16 in totaal) es by gedooch niet jeghenstaende zy niet innewoonders ende geen poorters en zyn toegelaten binnen dezer stede de neeringe van saey ende grogein draperie mitten ancleven van dien te doen zonder dat zy ter zaecke van dien zullen worden achterhaalt maer en zullen geen vrijdomme van tollen of yet anders dan de borgeren toecomt mogen genieten als zullen zy hen in alle gedragen moeten naer de keuren ende ordonnantiën ende opte boete daerinne begrepen” (boek I, f° 85 v°)

Op 4 juni 1587 was Anthonis Reyngere borg en getuige voor Joos Cordier uit Dixmuide (I, f° 124).
Op 28 april 1589 was Antheunis Rengere borg en getuige voor Anthonis Arnoudts (II, f° 38).
Op 9 augustus 1591 was hij getuige van Jan Batten uit Poperinge, zijn schoonzoon (II, f° 69).
Op 12 augustus 1594 was hij getuige van Jan Mooke uit Denderhoutem (II, f° 110).
Op 21 juli 1595 was Anthonis Ringere, saaidrapier, borg en getuige van Toucheyn de le Quellerye van Komen (II, f° 118).
Op 21 februari 1600 was Anthonis Rengen, saaidrapier, getuige van Thomas de Vogel uit Kortrijk (II f° 156).

In 1602 bezat hij 2 weefgetouwen, Jan Batten had er één. (zie Posthumus III p. 297)

Onder de auspiciën van het Centre de Recherche Généalogique Flandre-Artois hebben Monique Bryselbout en Jef Cailliau in 1999 de index op de weeserijregisters van Hondschoote 1494 – 1791 gepubliceerd.

In register 5 dat de periode 1557 – 1571 beloopt, staat op folio 22 v° de voogdijregeling van de minderjarige kinderen van Anthonis Reinghere.
De familie Reinghere was reeds op het eind van de 15de eeuw in Hondschoote aanwezig. In “den ouden register” (1474 – 1483) staat de voogdijregeling over de kinderen van Frans Renigheers, in register 1 (1483 – 1522) staan Willem, Sebastiaan, Vincent en Karel, in register 2 (1515 – 1551) Frans en Jan Reinighere, in register 4 (1535 – 1566) Jan, zoals hoger vermeld Anthonis in register 5, en in register 6 (1564 – 1574) nogmaals Jan Renighere.
Daarna komt de naam niet meer in de indices voor.

De heer Jef Cailliaux publiceerde ook voor enkele periodes de Staten van Goed van Hondschoote.

In een acte van 11 mei 1576 lezen we daar :

Jan Reyngheere, w[ettelijke] v[oogd] van vader zijde ende Maliart v[an] d[en] Wyngharde van moedersweghe van Hanneken, Pierken ende Maeiken de 3 onbejaerde kinderen van Hendric van Langhedic de zone Joos by Anneese fla… welcke drie kinderen den voorn Henderic hadde by Maeiken fa Maerten de Waert fs … zijnen eersten wyfve by der dood van vader ende moeder.

Een gelijkaardige acte werd opgesteld op 12 maart 1577.

Eén van onze volgende archiefprojecten zou wel eens kunnen richting Hondschoote wijzen ...

Ik noteerde uit de Leidse archieven ene Souffia Rouke die op 23 mei 1579 ondertrouwde met Daniel van Wijngaerden !! (A76 f° 253 v°).

We weten reeds uit het genealogisch onderzoek naar de familie Verroken dat Geraerd van der Roken in 1582 actief meevocht in de verdediging van het Calvinistisch bestuur van de stad Oudenaarde tegen de Spaanse elitetroepen van Farnese.
Na de val van Oudenaarde werden zijn goederen geconfisceerd.

Aangezien Geraerd de oudste zoon was van Joos fs Arents van der Roken, was het familiaal leen dat zijn grootvader Arent sinds 1501 hield van de heer van Ter Donck, Jan van Gruuthuuse na de dood van zijn vader op hem overgegaan.
Dit leen was gelegen nabij de Heilbroeck in Berchem.

Geraerd had twee kinderen : Arent en Mergriete.

In 1612 verkocht Jacop van der Roken, Geraerds broer, als procureur voor Arent en Mergriete, dit familiaal leen.

Het is zonder aanvullende gegevens niet mogelijk om te besluiten of het hier over dezelfde Geraerd gaat..., dan wel om 2 (zeer nauwe) verwanten.



Jan Arentse van Roocken († <1670)

In een charter uit het archief van Gouda vinden we dat Neeltie Cornelis de Vogelaar, in leven de weduwe van Jan Arentse van Roocken op 2 februari 1670 haar testament heeft laten opmaken bij notaris Cornelis van Rossen te Gouda.

Gouda in Zuid-Holland

Haar erfgenamen waren Cornelis Croon en Trijntje Gijsberts de Vogelaar.
Daar er hier geen van Roocken als erfgenaam werd vermeld, vermoed ik dat zij de tweede vrouw was van Jan Arentse van Roocken, en dat die dan reeds een tijd vóór 1670 moet overleden zijn, aangezien zijn weduwe daarna nog is hertrouwd.

Deze gelijkluidende akte in het Weeskamerarchief is een los katern van 4 bladzijden, waarbij een charter hoort met een aanhangend zegel van was.

© Streekarchief Hollands Midden.

We lezen in dit charter :

De staaten van Hollant en Westvrieslant doen te weeten alsoo ons vertoont is bij Hendrick Janse van Leeuwen woonende binnen de stede Gouda als in huwelijk hebbende Marigie Cornelis Sigte, naagelaattene dogter van Trijntie Gijsberts de Vogelaer geprocureert bij Cornelis Janse Sigte, dat de v[oor]n[oem]d[e] Marij van zijn supplis huijsvrouw genaamt Neeltie Cornelis de Vogelaar in haar leven weduwe van Jan Arentse van Roocken, bij haar testament gepasseerd voor den notaris Cornelis van Rossen en seekere getuijgen binnen de stadt Gouda voorsn van dato 2e februarij 1670 tot haar erfgenaamen hadde genomineert en geinstrueert Cornelis Croon en Trijntie Gijsberts de Vogelaar sa hooft voor hooft bij egaelen en gelijcke portien en dat in alle haare naa te laatene goederen niets uijtgesondert onder sekere last van fideeteements naamens sijde dat de gemelte Cornelis Croon en Trijntie Gijsbers de Vogelaar niet anders van haar naa te laattene goederen soude trecken en genieten dan de jaarlijcxse vruchten en inkomsten en haar lieder leven lang geduerende wat ook haarluijder kint of kinderen …

Er blijkt hieruit dat we mogen besluiten dat Jan van Roocken reeds enige tijd vòòr 1670 was overleden, en dus samen met zijn vader Arent enkele generaties vóór 1676 opschuift in de tijd…

Bovendien duidde Neeltie Cornelis de Vogelaar als haar erfgenamen geen van Roocken’s aan, wat laat vermoeden dat zij de tweede vrouw was van Jan Arentse, waardoor we deze familieleden misschien nog wat vroeger mogen situeren… en overleed Jan van Roocken mogelijkerwijs al rond 1650.
Laat ons hopen dat de archieven van notaris van Rossen bewaard zijn gebleven, en dat meer in het bijzonder het testament van Neeltie Cornelis de Vogelaar zich daarin bevindt…

Neeltje Cornelis Vogelaer staat vermeld in ac 1 inventaris nummer 3858 op f° 187v° daar haar erflaters aangifte hebben gedaan voor het recht van successie.
We kunnen de stelling dat Neeltje Cornelis de Vogelaer de tweede vrouw was van Jan Arentse van Roocken nog verder onderbouwen, door de gegevens die we over haar en haar familie vonden in de Goudse on-line archieven…

In het rechterlijk archief van Aarlanderveen vinden we het regest van een protocol inzake een akkoord over een erfenisdeling op datum 9 november 1603.
Geertgen Heijndrixdr, weduwe van Adriaen Jansz Vogelaer, was geassisteerd met haar broer Dirck Heijndricxsz en Claes Jan Aelbertsz te Nieuwkoop, oom en voogd over de minderjarige kinderen van Arien Jansz voornoemd, genaamd Heijndrick, Jan en Cornelis, Aelbert en Pieter Ariensz en Marritgen Ariensdr.
Er werd overeengekomen dat Geertgen Heijndrixdr toeviel het huis, hof, berg, schuur en beplanting, groot 13 morgen 4,5 hond 25 roeden, strekkende uit de Rijn tot in ’s-Graven wildernis, … nog land in Oudshoorn bij de Aar.
Ze nam een aantal schuldbrieven tot haar last, en ze beloofde haar kinderen te onderhouden tot de leeftijd van 28 jaar, wanneer ieder van hen 100 gulden zal ontvangen.
De kinderen, erfgenamen, ontvangen een huis, hof en beplanting, groot 22 morgen 5,5 hond 25 roeden, strekkende uit de Rijn tot de werf van Sijmon Willemsz Vermij, en nog een perceel veenland in de Grafelijkheid.
Ze amen ook enkele schuldbrieven op zich.

Op 19 september 1621 overleed te Delft een dochter van Jan Cornelisz Vogelaer.

In het rechterlijk archief van Aarlanderveen vinden we in 1622 Cornelis Ariensz Vogelaer, die een jaarlijkse losrente van 24 carolusgulden à 40 groten Vlaams schuldig was aan Anna Aelbertsdr, weduwe van meester Jacob, zeepzieder te Gouda.
Als onderpand stelde hij een huis, erf, berg, schuur en beplanting met 7 morgen land, strekkende van de Aarlanderveensedijk tot Jan Ariensz Vogelaer, en nog 2 morgen land strekkende van het land van Jan Ariensz Vogelaer tot het land van Heijndrick Ariensz Vogelaer,belend ten zuiden Dirk Heijndricksz en ten noorden Gerrit en Jan Cornelisz.

Op 24 april 1622 was Heijndrick Ariensz Vogelaer, wonende in de Steekt onder Alphen, een jaarlijkse losrente, hoofdsom 130 gulden schuldig aan zijn zwager Cornelis Heijndricksz, wonende in Bloemendaal.
Als onderpand stelde hij 3 morgen 4 hond land in de Zuideinderpolder van Aarlanderveen, strekkende uit de Rijn tot het land van Jan Ariensz Vogelaer,… en nog 3 morgen 4 hond land aldaar gelegen, strekkende uit de Rijn tot het land van Cornelis Ariensz Vogelaer, belend ten zuiden Dirck Heijndricksz en ten noorden Jan Cornelisz, “moeij Jan”.

In de requestboek van Gouda voor de periode 1618 – 1657 staat een akte waarin Jan Cornelisz de Vogelaer in 1625 voor 825 fl. een korveelschip kocht van Marritgen Ottendr, weduwe van Cornelis Claesz., schipper te Gouda.

In de indexen op de namen van de grootschippers van Gouda staan Gijsbrecht Cornelisz Vogelaer (a° 1626, 1627,1630 en 1632), Jan Cornelisz de Vogelaer en Cornelis Jansz Vogelaer (a°1630) vermeld.

In het rechterlijk archief van Zevenhuizen (RA 53 f° 65v° en 66) vinden we op 1 juli 1633 Maritge Joppen vermeld als weduwe van Cornelis Adriaenszn Vogelaer.

Waaruit we kunnen besluiten dat we de geboortedatum van Neeltie Cornelis de Vogelaer kunnen vastleggen tussen 1603 en 1633, en gezien het feit dat haar broers reeds meerderjarig zijn rond 1630, vermoedelijk ergens rond 1610 à 1615.
Wat haar ongeveer 20 jaar jonger maakt dan haar echtgenoot Jan Arentse van Roocken.



~



           We kunnen besluiten dat Gerardt vander Roocke zeker tot de familie van de Roocke uit Berchem behoorde.
Waar hij past in de genealogie is niet helemaal duidelijk...
Er ontbreken enkele gegevens om te kunnen besluiten of hij dezelfde persoon is als Geraerd fs Joos van de Roocke.
Misschien was hij een neef of een (bastaard)zoon van die Geraerd.

Hetzelfde geldt voor Arent van Roocken en zijn zoon Jan : misschien is deze Arent de zoon van Gerardt, en zijn zij de Geraerd en zijn zoon Arent uit Berchem, misschien ook niet...
De voornamen geven in elk geval een sterke indicatie dat we hier, indien niet met dezelfde personen, dan toch met nauwe verwanten van hen te maken hebben.
Het ís mogelijk -doch niet waarschijnlijk- dat deze Arent en zijn zoon Jan nièt tot de Berchemse familie van de Roocke behoren, maar tot de verwante, uit Ellezelles afkomstige familie van Roocke die zich eveneens op het eind van de 16de eeuw vestigde in Leiden...dat is ons al eens "overkomen".