~:§:~
In een akte, op 4 juli 1631 verleden voor notaris Jacob Duyfhuysen van Rotterdam, werd door capiteijn Simon Cool een verklaring van goed gedrag afgelegd over Jacob van Boshuijsen, lieutenant.
Op 26 april 1660 machtigde Martijn Aeck, van Gent, maetroos, Janneken Gerritsdr, zijn "slaepvrouw", wonend in de Peperstraete (in Rotterdam), om zijn buitgeld te ontvangen van 5 prinsen, t.w. een caper, drie coopvaerdijschepen en een schuyt die hij met capiteijn Jacob van Boshuijsen in 1659 in de Sont had helpen veroveren.(ona Rotterdam)
In 1655 herzag Pieter van Boshuijsen, jongeman, gereed zijnde om naar Oost-Indië te varen, zijn testament, en benoemde als zijn erfgenamen zijn vader Jacob van Boshuijsen en zijn moeder Claera van der Pol, te samen of de langst levende van hen beiden.
Op 2 oktober 1659 vorderde Jacob van Boshuijsen, capiteijn op het oorlogsschip genaamd Princes Louisa, 120 gulden van Sebastiaen de Ridder, wonende tot Utrecht (**).
Op 1 januari 1674 werd een contract van 300 gulden per maand afgesloten tussen Jean Faneuil, koopman te Rotterdam, die het schip de Vijsel huurde en bevrachtte, en er schipper Andriesz Pietersz mee naar Bordeaux of naar Rochel in Vrankrijck stuurde.
De mede-eigenaars van het schip waren : Johan van der Meijden voor 12/64, Johan Wagensvelt voor 5/64, Arijen Bouwensz Corpershoek voor 8/64, Daniel van Boshuijsen voor 7/64, Anthonij de Man voor 7/64, Walterus Sengverdius, Jacop van Boshuijsen en Leendert Starrenburch.
Cornelis Leendert de Jong, koopman te Schiedam en Arijen Joosten van Brakel schatten dat het schip een waarde had van 5625 gulden.
Jacob Danielsen van Boshuijsen, kapitein in ’s Landes dienst, gehuwd met Clara van der Pol is overleden op 11 augustus 1679.(**)
Kapitein Jacob van Boshuijsen had twee broers Cornelis en Samuel, en een zus Gooltje, zij waren alle vier kinderen van Daniel van Boshuijsen.
Jacob had vier zonen : Pieter, Cornelis, Daniel en Frans, en zijn broer Samuel had twee zonen : Pieter en Daniel.
Op 13 februari 1690 verkochten Andries Harmans Keyser en zijn medereders Willem Snellaert, Jacob Alewynse Koonigh en Adriaen Adriaens Boele een haringhschip genaamd de Kooninck David met toebehoren aan Daniel van Boshuijsen, penningmeester van de groote visscherije en Raet en Vroedschap en Schepen van Schiedam. (*)
In het overzicht van het archief van Schiedam, in 1900 opgemaakt door K. Heeringa, vinden we in de periode 1685 – 1693 Daniel van Boshuijzen vermeld als ontvanger, en één der drie burgemeesteren van Schiedam.
Op 8 december 1699 verklaarde Daniel van Boshuijsen, raad en president-schepen van Schiedam dat Pieter Joosten in 1692 met de Belois naar Oost-Indië was gevaren, en aldaar overleden is. (**)
Een Daniel van Boshuijsen, afkomstig uit Schiedam, reisde als “derdewaak” op 29 december 1716 uit naar Batavia met de “Rotterdam”.
Het schip kwam aan in Batavia op 14 september 1717 en Daniel keerde mee terug “naar patria” –het vaderland- in 1718.
Een “derdewaak” maakte deel uit van het zeevarend personeel van de V.O.C., de Vereenigde Oost-Indische Companie, en was de derde stuurman, een onderofficier die mede verantwoordelijk was voor de leiding en het toezicht op het varen.
Op 30 maart 1672 huwden in Rotterdam : Cornelis van Boshuijsen, jongeman uit Delff, en Margaretha Cops, jongedochter uit Delfshaven.
Het beroep van de bruidegom was predikant naar Oost-Indië.
De familie (van) Boschuysen bekleedde vroeger reeds een belangrijke positie in de Marine.
Op initiatief van de universiteit van Leiden, in samenwerking met haar universiteitsbibliotheek, bespreekt een internationaal team van geschiedkundigen en specialisten op allerlei deelvlakken de Tachtigjarige Oorlog op http://dutchrevolt.leidenuniv.nl/Nederlands/default.htm.
In een paragraaf over de Watergeuzen, zeeschuimers die de schepen van hun Nederlandse landgenoten veroverden, en de buit verkochten in Emden, la Rochelle of in Engelse havens, lezen we :
“Op 10 juli 1568 hadden de Geuzen op de Eems een Hollandse vloot verslagen onder leiding van admiraal Boschuysen”