~:§:~
Op deze pagina vindt u de bespreking van een aantal families de Ro(c)que(s) in Doornik.
Waar wij er vrij zeker kunnen van zijn dat er in Doornik slechts één familie de le Roke was, begeven wij ons met de familienaam de Ro(c)que(s) op iets gladder ijs.
Er was zeker een adelijke familie de Roques aanwezig in Doornik.
Zij vindt haar oorsprong in Asq nabij Lille, en de meest voorkomende namen in deze familie zijn Alard, en natuurlijk Jehan en zijn varianten.
Wij kunnen met zekerheid stellen dat deze familie de Roques niet verwant was met onze voorouders.
We bespreken deze familie op de pagina over andere families de Rocque
Er was een familie de Rocque in Doornik aanwezig, die vermoedelijk afstamt van de familie de le Roke, en die tijdens de definitieve verdringing van het Picardisch door het Frans haar achternaam gewijzigd zag in de Rocque.
Een derde familie de Rocque in Doornik was zeer waarschijnlijk verwant zowel aan de "oorspronkelijke" familie de le roke uit Doornik, als aan de familie van de roke-de Roeke-van Roken uit Berchem en Gent.
~:§:~
In de namenlijst van de Doornikse testamenten, gepubliceerd door A. Hocquet in de "Annales de la Société Historique et Archéologique de Tournai", vinden we dat in 1362 het testament werd opgemaakt van Piéron de Rocque.
We vinden hier de oudste vermelding van de naam de Rocque in Doornik.
In deze periode veranderde de Picardische familienaam de le Roke in de Franse vorm de le Rocque, en zoals we reeds bij andere vermeldingen zagen bij de familie de le Roke in Doornik verdween soms het voorzetsel of het lidwoord bij de registratie van de achternaam van onze voorouders.
Vermoedelijk gebeurde hier iets gelijkaardigs.
We verwijzen hier naar de vermelding uit 1330 waarbij de Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers aan de graaf van Henegouwen de uitlevering vroeg van ene Guillaume de le Roke en zijn broer Piéron (zie : andere families de le Roke)...
en naar de verbanning in 1349 van ene Pierre Van Roke uit Vlaanderen door de Vlaamse graaf Lodewijk van Male (zie : andere families van (der) Roken).
In het poortersboek van Geraardsbergen van 1396 staat als buitenpoorter wonende te Berchem ingeschreven : Pre de Roeke.
Voor de bespreking : zie de familie van de roke in Berchem. In 1822 werd door Sir Thomas Phillipps een groot aantal Doornikse chirografen aangekocht op een openbare veiling -tegen de prijs van het perkament.
Een dertigtal van die chirografen bevinden zich nu in de John Rylands library van de universiteit van Manchester, in de Phillipps Charters Collection.
Dank zij een tip van apis tornacensis kwamen we de acte met referentie PHC/193 uit dit fonds op het spoor.
Op 19 mei 1392 werd een chirograaf opgesteld waarbij Jehan de Hellemes, de prévôt van Doornik, aan Colard de Roques een stuk land verhuurde, gelegen nabij de Porte Fierain.
We herinneren ons dat Katerine Buridan, de dochter van Katerine de Bruyelles en Aubiers Buridan, en kleindochter van Jehane de le Rocque,rond 1400 gehuwd was met Jacques de Hellemes, ontvanger van de "droits de justice" van Doornik, en ongetwijfeld een nauwe verwant van prévôt Jehan de Hellemes.
In de stadsrekening van Doornik van het tweede kwart van 1400 vinden we volgende passage :
De Colard De Rocque, vieswarier, pour cause de l’acort ou grace a li fait par les consaux
de pooir tenir et exercer les jeux de le hauditte et des brelens durant le feste de l’Assencion
en celli an, et pareillement a le feste de le pourcession ensuivant, par certains jours et lieux
acoustumez en deux tentes, et aussi d’avoir, tenir et exercer le jeu des billes, fiestes et dimences
jusques au jour de la creacion de le loy prochain venan, pour ce par marchié a li fait ... ... ... ij.C. l.
Waaruit onder andere blijkt dat Colard een vieswarier was, een handelaar in en hersteller van oude klederen, en dat hij als lucratieve bijverdienste tijdens de feesten ter gelegenheid van de Hemelvaart en tijdens de grote processie in september de "hauditte"-, "brelens"- en "billes"-spelen organiseerde in twee tentjes...
In de Archives Nationales de France in Parijs is er een centrum voor historisch juridisch onderzoek.
In het fonds van dit Centre d'Etude d'histoire juridique de Paris bevindt zich onder referentie X1a 51050 een notariële acte van 27 juni 1404 waarin een geschil wordt beslecht tussen Colart de Roque en de provoost en gezworenen van Doornik.
We hebben het document nog niet kunnen bestuderen.
In de nota's van de heer Verriest vonden we een gedeeltelijke kopie van het testament van Catherine de Crespelaines, dite Hanièle, weduwe van Jacques Davesnes, van 12 augustus 1411 waarin Colart de Roque wordt vermeld.
Hij bezat samen met Henry de le Catoire twee huizen "en le Chaingle" -in de rue du Cygne te Doornik- waarop Cathérine de Crespelaines, dite Hanièle een rente had, die zij na haar dood schonk aan haar nicht Jehenne Haniele.
P.A. du Chastel de la Howarderie vermeldt Catherine de Crespelaines dit Haviel als weduwe van Jaquemes Davesnes.
Hij was teinturier, verver, van beroep en was schepen en eslisseur van Doornik tussen 1363 en 1408.
In het ambtsjaar 1367-'68 was hij raadgever van de prévôt, in 1374-'75 gedelegeerde van de ververs, en in 1387-'88 deken van de "XIII hommes de la draperie".
Catherine de Crespelaines was de dochter van Gilles de Crespelaines en Marguerite Haviel.
Het echtpaar Davesnes-de Crespelaines ligt begraven in de Doornikse St-Jacqueskerk, in de kapel van St.-Roch.
De familienaam Haviel is vermoedelijk identisch aan de naam Hauwiel, die we her en der bij de families de Rocque, de le Roke en van de Roke ontmoeten.
In de namenlijst van de Doornikse testamenten vinden we ene Maigne de Crespelaine, weduwe van Jehan Buridan, die haar testament heeft opgemaakt in 1431, en een tweede versie in 1433.
We vinden ze in de Choix de Testaments Tournaisiens... als Maigne de Crespelaine dite Hanielle als weduwe van Jehan Buridan en moeder van Jaquemart.
We bespraken reeds bij de de familie de le Roke in Doornik dat Catherine de Bruyelles, de dochter van Jehane de le Rocque gehuwd was met Aubiers Buridans.
De rente op twee huizen in de rue de le roke die Jakemes de le roke aan het Groot Officie van de refectoir van de kathedraal betaalde in 1289, werd later (vermoedelijk rond 1400) door ene Jehan Buridan betaald.
We vonden in de Doornikse stadsrekeningen van 1399 in de lijsten van de personen die aan de stad Doornik geld hadden geleend op lijfrente demis. cathérine de crespelaine dite hannielle (of hauvielle) en demis. margueritte se soer.
Ze staan er geregistreerd tussen Catherine de bruyelle en demis. catherine, fille de feu Jehan de Bruyelle, de dochter en kleindochter van Jehenne de le Rocque, die in 1397 en '98 ook zelf in die lijsten werd vermeld.
In het (privé)archief van de kathedraal van Doornik wordt onder nr 506B een renteboek bewaard uit 1415.
Per parochie werden alle personen genoteerd die aan het groot officie van de Cellier van het kapittel van de Doornikse kathedraal een rente dienden te betalen.
Diep verscholen in een grote plooi in dit licht beschadigd renteboek vinden we dat er door de kapelanen van de ste.-Margritekerk een rente betaald werd op een huis in de rue Franoise in de st.-Magdeleine-parochie.
Dit huis was gelegen tussen het huis van Jehan Labalestrier, en dat van Colard de Rocque, dat vroeger van Colard le Vieswarier was geweest.
Opnieuw springt de merkwaardige gelijkenis in het oog tussen Colard de Rocque, vieswarier, en Colard le Vieswarier.
Misschien mogen we daaruit besluiten dat de vader of grootvader van Colard de Rocque eveneens Colard heette, en eveneens handelaar in tweedehands kledij was...
Het doorgeven van de voornaam van grootvader op kleinzoon was heel gebruikelijk, wat ons bij Colart Delerocque zou kunnen brengen, die in 1359 zijn testament opmaakte.
In zijn "Choix de testaments Tournaisiens..." noteerde A. de la Grange ook een fragment uit het testament van Maigne d'Essartiaux, weduwe van Colart de Rocque die was hertrouwd met Jehan Benoit dit Vallet.
Haar testament werd opgemaakt op 11 augustus 1422, en ze overleed 16 dagen later.
Ze schonk aan de St.-Brice kerk "ung vermeil couvertoir" om de kerk mee op te smukken.
Generatie na generatie vinden we de naam Colart terug in de familie de le Roke in Doornik, de veronderstelling dat deze Colart de Rocque een afstammeling van deze familie is lijkt daardoor alleen al aanvaardbaar.
Zijn duidelijke connecties met de families Buridan en de Hellemes bevestigen deze these.
In de "Annales de la Société Historique et Archéologique de Tournai" werden in tome XIII door de heer E. Soil de Moriamé de rekeningen van de parochie St.-Brice gepubliceerd.
In de rekeningen voor het jaar 1408-1409 staat Lotart de rocque vermeld, die 7 deniers ontving "pour 2 esperges servans as benitoirs".
De term "bénitoirs" verwijst naar het werkwoord "bénir", wijden, in combinatie met "esperges" in de betekenis van iets dat de vorm heeft van asperges, zou deze passage er kunnen op wijzen dat Lotart de Rocque hier betaald werd voor de verkoop van 2 wijwaterkwasten.
Wellicht één van de vele artikelen die verkocht werden door meerseniers die gespecialiseerd waren in de verkoop van paternosters en dergelijke, daarbij denkend aan Jehan de le Roke, le paternostier uit 1263.
De naam Lotart is een afkorting van de vleivorm Gillotart van de naam Gilles.
Zowel in Ellezelles als in Doornik ontmoetten we reeds een Gilliart de le Rocque en een Gilliart le Rocq in 1407, mogelijk gaat het hier om dezelfde persoon of toch zeker om een zeer dichte verwant.
Op de pagina over de familie van de roke in Berchem bespraken we reeds de vermelding uit 1443 in de rechtsboeken van de Officialiteit van Cambrai van ene Pierre de Roque uit Berchem.
In de namenlijst van de Doornikse testamenten, voor het nageslacht bewaard door de heer Adolphe Hocquet, vinden we in 1452 de naam van Pierre de Rocque.
We vinden zijn naam in de namenlijst van de "comptes de tutelle et d'exécution testamentaire" in 1453 vermeld als Pietre de Rocque.
Waar we doorgaans niet méér informatie vinden dan een naam in de lijst van de testamenten, hebben we met deze Pietre de Rocque meer geluk.
In zijn "Choix de testaments Tournaisiens antérieur au 16e siècle" publiceerde Amaury de la Grange een deel van dit testament.
We leren er dat het testament van Piettre de Rocque werd opgesteld op 4 september 1452, en dat de man overleed op 13 september 1452.
Hij was gehuwd met Cathérine de Galois, en besliste dat na zijn dood een grafsteen moest vervaardigd worden met daarin gebeeldhouwd de 4 beeltenissen van Onze Lieve Vrouw, Sint Pieter, Sint Cathérine en Sint Jan.
Deze gedenksteen diende te worden aangebracht in de muur voor zijn graf waar zijn lichaam zal rusten...
De heer de la Grange voegt er tussen haakjes nog aan toe (à st. Brice).
In 1412 werd Jacop van der roke te Gent aangeduid als voogd van Grielkine Doedekin, dochter van Mergriete van den Hecke en kleindochter van Lysbette van Gallaeys.
Marie van Orroir, Jakomaerde van Galaeys en Willem vander Fossen waren erfgenamen van Lysbette van Galaeys toen die overleed in 1420.
Marie van Orroir was gehuwd met Simoen Meerijs, een nauwe verwant van Jacop van de rokes vrouw Willegemme (Ha)merijs.
Willem van der Fossen vonden we terug in Doornik in 1415 als Willin de le Fosse, waar die een cijns aan het kapittel van de kathedraal overnam van de weduwe Rommel, over wiens kinderen Jan van de roke dan weer voogd was.
Jacquemart de Gallais staat vermeld in het obituarium van de St-Piat-kerk in Doornik, en in september 1445 maakte hij er zijn testament op.
Wij vinden hier via de familie de Gallois - van Gallaeys als tussenpersonen een vrij direct verband tussen de familie de Rocque uit Doornik en de familie van de roke uit Gent en Berchem.
Ook in de nota's van E. Soil de Moriamé, bewaard in het Rijksarchief te Doornik, vinden we de vermelding van de staat van goed van Piettre de rocque.
De heer Soil de Moriamé vermeldt als meest in zijn oog springende voorwerpen tussen de inboedel van Piettre de rocque :
In zijn artikel over "les constitutions de Tournay sous Philippe de Valois" vermeldt A. d'Herbomez onder de officiële functionarissen van de stad de "gardes des fripiers des vieses robes et des vieses pennes" als lagere magistraten die door de schepenen werden benoemd.
Piettre de Rocque was vermoedelijk zo'n "fripier des vieses robes", een handelaar in oude kledij ... net als Colard de Rocque, le vieswarier, dat één generatie vroeger was geweest.
Wat ons dus ook doet durven besluiten dat we hier met zoon en vader de Rocque te maken hebben.
Tot overmaat van vreugde vonden we ook in de genealogische nota's van Ferdinand van den Bemden, bewaard in het handschriftencabinet van de bibliotheek van de Rijksuniversiteit van Gent een gedeeltelijke transscriptie van het testament van Pietre de Rocque!
Hij noteerde als erfgenamen zijn vrouw Cathérine Gallois en zijn broers Coppin en sire Jehan de Rocque.
Als bijzondere clausule vinden we vermeld dat hij zijn laatste rustplaats kiest op het kerkhof van St.-Nicaise, zo dicht mogelijk bij het graf van zijn vader -wiens naam helaas niet werd vermeld- en dat men een grafzerk diende te bestellen met daarin 4 beeltenissen gehouwen ; die van Onze Lieve Vrouw, die van St.-Nicaise, die van Ste.-Cathérine en die van St.-Jehan, om aangebracht te worden in de muur voor zijn graf waarin zijn lichaam zal rusten.
Het kerkhof van St.-Nicaise was gelegen in de rue de le roke, en één van de twee woningen die Jakemes de le Roke er bezat in 1289 was vlakbij dit kerkhof gesitueerd... over een aanwijzing gesproken!
Aangezien wij in drie bronnen de vorm Piettre als voornaam vinden, kunnen wij deze als de meest exacte beschouwen.
Deze Vlaamse vorm van zijn voornaam Piettre is zeer merkwaardig...
Het begint zo ondertussen lichtjes op te vallen dat nogal wat leden van de familie de Rocque de voornaam Pieter hebben, of één of andere variant daarvan.
Zoals wij reeds bespraken bij de familie de le Roke in Doornik was het in deze familie de gewoonte om generatie na generatie de voornaam van vader op zoon en van grootvader op kleinkind door te geven.
Van deze Coppin de Rocque vonden we (voorlopig) enkel een eenmalige vermelding in het testament van zijn broer Piettre in 1452.
De naam Coppin is een taalkundige variatie -een augmentatief- van de naam Jacop.
Zoals reeds besproken in bij de familie de le Roke in Doornik, de familie van de roke in Gent en bij de familie van de roke in Berchem was de naam Jacop de meest voorkomende voornaam in deze familie in de 14de en 15de eeuw.
In zijn inleidende beschouwingen over de Doornikse gewoonten rond overlijden vermeldt A. Delagrange in zijn Choix de testaments Tournaisiens... een passage uit de rekeningen van de uitvoering van het testament van Ysabielle de Rocques uit 1456.
In de 14de en 15de eeuw werden in Doonik meerdere missen opgedragen voor de overledene, en dikwijls in meer dan één kerk.
Niet altijd was het lichaam van de aflijvige daarbij aanwezig.
Een passage uit de rekeningen van de uitvoering van het testament van Ysabielle de Rocques uit 1456 leert ons dat de priesters, kapellanen en geestelijken de ceremonie van de dodenzangen en laatste gebeden hadden gecelebreerd rond een dekkleed met een voorstelling van het lichaam van de overledene, die blijkbaar reeds eerder was begraven.
Over deze Jehan de Roques vonden we enkel zijn vermelding in de namenlijsten van de Doornikse testamenten.
We verwijzen hier naar het testament van Pietre de Rocque uit 1452, waarin zijn broers Coppin en sire Jehan de Rocque worden vermeld...
De titel "sire" werd gebruikt voor iemand die prévot geweest was in Doornik, of die priester was.
We herinneren ons het voorkomen van ene Jehan de le Roche in de Doornikse parochie St.-Nicaise in 1453 (zie de familie de le Roke in Doornik).
...En het feit dat volgens F. Van den Bemden Piettre de Rocque wou begraven worden op het kerkhof van St.-Nicaise, net als zijn niet bij naam genoemde vader.
In de namenlijst van de Doornikse testamenten vinden we de naam van Kathérine de Roque.
Haar testament werd opgesteld in 1462, en zij was de weduwe van Jacques Desquiens.
In 1455 werd in Doornik het testament opgesteld van Jehane Desquennes.
Zij was de weduwe van Jehan Hauwiel.
In het prille begin van de 15de eeuw was Inghelram Hauweel een buur van brouwer Jacop van de roke in de Burgstraat in Gent.
In zijn artikel over "les du Chambge, bienfaiteurs de Tournai" uit 1876, gepubliceerd in de Mémoires de la Société Historique et Littéraire de Tournai, vermeldt Henri Vandenbroeck een regest van een Doorniks chirograaf uit 1467.
In 1467 kocht Demiselle Marie de Roques, 50 jaar oud en weduwe van Quintin du Cambge, een lijfrente, bezet op haar leven en dat van haar zoon Jehan du Cambge, toen 22 jaar oud.
In het handschriftencabinet van de Gentse Rijksuniversiteit worden vele genealogische aantekeningen van Ferdinand Van den Bemden bewaard.
Daarin vinden we vermeld dat Sire Jehan de Rocques, presbyter, in 1479 een lijfrente startte voor zijn dochter Isabelle de Rocques die hij had bij Marie de Liequenech fa Willem.
Zeer waarschijnlijk is deze priester Jehan de Rocques dezelfde als priester Johannes de Roqua die in 1462 biechtvader was in de bisschoppelijke gevangenis in Doornik (zie de familie de le Roke in Doornik).
We vernamen reeds bij de bespreking van sire Jehan de Rocques dat hij een dochter Isabelle had bij Marie de Lieqenech fa Willem.
Haar voornaam wijst op een nauwe verwantschap met de Ysabielle de Rocque die in 1456 overleed.
Isabelle de Rocques huwde met brouwer Willemme Fourment, en is een rechtstreekse voorouder van Hélène Fourment, de tweede echtgenote van Pieter Paul Rubens.
In het Rubensjaar 1977 verscheen onder andere in het genealogisch tijdschrift "Le parchemin" een artikel over de voorouders van Hélène Fourment.
We leren er het geboortejaar 1474 van Isabelle de Rocques kennen, en haar nageslacht.
Haar zoon Pierre Fourment († <1554) huwde Marie Chuquant.
Hun zoon Jean Fourment († <1610) huwde Jeanne Bulteau.
Hun zoon Daniël Fourment, geboren in 1565 in Doornik, en overleden in Antwerpen op 5 juni 1643, huwde op 13 februari 1590 met Claire Stappaert.
Daniël Fourment was tapijthandelaar en een goede vriend van Pieter Paul Rubens.
Daniël en Claire waren de ouders van Hélène Fourment, geboren in 1614, en overleden in 1673.
Op 16-jarig leeftijd huwde zij met Pieter Paul Rubens.
![]() |
![]() |
In 1513 werd Aernoudt de Roc ingeschreven in het poortersboek van Brugge.
Het gaat hier bijna zeker over Arent van (der) Roken, geboren rond 1473 (zie de familie van de roke in Berchem. Handelaar Godefroid Tiébegot, de broer van de vrouw van Jehan de le Rocque, heeft zijn testament opgemaakt op 1 mei 1515.
Godefroid had als uitvoerders van zijn testament Pierre Prouvost en Caron Cocquiel dit le Merchier aangeduid, en bij hun weigering Denis de Rocques en Olivier Dommessent.
Toen Godefroids testament werd uitgevoerd op 4 mei 1515, werd Caron Cocquiel inderdaad als executeur vervangen door Denis de Rocques.
(Deze Caron Cocquiel dit le Merchier en zijn vrouw Jehenne Havet zijn nummers 42 en 43 in de kwartierstaat van Hélène Fourment, waarin Isabelle de Rocques nummer 17 is, en Jehan de Rocques nr 34.)
Zeer waarschijnlijk was Denis de Rocques één van de drie kinderen van Jehan de le Rocque en de zus van Godefroid Tiébegot.
Het verband tussen deze Denis de Rocques en de familie de le Rocque is hier zeer duidelijk.
In de genealogische nota's van de heer Van den Bemden, bewaard in het handschriftencabinet van de Rijksuniversiteit Gent, vonden we dat Denis de Rocques is overleden in 1532.
Hij was gehuwd met Cathérine du Rieu fa Jehan.
Zij hadden één dochter : Jennin de Rocques.
In de nota's van F. Van den Bemden vonden we Jennin de Rocques in 1532 als dochter van Denis de Rocques en Cathérine du Rieu.
In tome IX van de Mémoires de la Société Historique et Littéraire de Tournai publiceerde graaf G. de Nédonchel een artikel over de "Anciennes Lois Criminelles en usage dans la ville de Tournai et principallement les condamnations à mort depuis l'année 1313 jusqu'au mois de juillet 1553."
Op 15 maart 1542 (nieuwe stijl) werd Magdelaine de Rocque, vrouw van hoedenmaker Jacques Ducrocq veroordeeld om opgehangen te worden en gewurgd aan de keel, tot de dood erop volgde, wegens het groot aantal diefstallen dat zij had begaan.
Ze was eerder reeds veroordeeld geweest in Lille en Armentières, en haar rechteroor was reeds afgesneden.
Magdelaine werd dezelfde dag nog geëxecuteerd.
In "Tournai et le Tournaisis au XVIe siècle" van A. Hocquet lezen we dat Marie Boisière, weduwe van Olivier de Rocq wegens heresie werd opgehangen en daarna verbrand.
A. Hocquet vermeldt nog dat in het "registre de la Loi" op 18 september 1564 gepreciseerd werd dat Marie Boisière geboren was in Kortrijk.
Voorlopig konden we geen verdere informatie vinden over Olivier de Rocq.
In 1558 leefde er een Olivier vander Roken in Kerkhove, we weten niet of het over dezelfde persoon gaat.
In 1568 werd Jehan de Rocq, ook geregistreerd als le Roch opgesloten wegens heresie.
Zie de bespreking bij de familie de le Roke in Doornik.
In 1568 werden Pierre de Roque, espinglier, en zijn zoon Michiel de Roque, samen met vele andere Doornikse ambachtslui wegens ketterij veroordeeld.
Een espinglier vervaardigde of verkocht spelden... één van de artikelen die van oudsher door de meerseniers werden verhandeld.
In het doopregister van de Doornikse parochie Notre Dame werd op 2 juni 1684 de doop van Jérome Jules De Rocq geregistreerd.
klik hier om naar het begin van dit document te gaan