de eerste generatie migranten
in Zuid-Holland


eind 16de eeuw
van Elsylle bij Ronse in Henegou naar Leyden


~:§:~


           De (voorlopig) vroegste vermelding van een verwant van onze voorouders in Zuid-Holland betreft de ondertrouw van Jaecques van der roecke en Elijsabeth Buket in Leiden in 1590.
Jaecques was afkomstig uit "Elsylle bij Ronse", en werd "vergeselschapt" door zijn vader Marcus van der roecke.
Wanneer Bartholomeeus van Roocke, afkomstig uit "Henegou, bij Ronse" het jaar daarna in Leiden ondertrouwde met Grietge Boudewijns Bleijs, was vader Morick van Roocke opnieuw getuige.

Ongetwijfeld hebben we hier dus te maken met een familie van (der) Roecke die afkomstig was uit Ellezelles bij Ronse, en dus zeker afstamt van de familie de le Rocque die we daar konden volgen vanaf de 13de eeuw. Zie het hoofdstuk over de familie de le Rocque in Flobecq en Ellezelles.

De vele nakomelingen van Marcus van (der) Roecke worden verder besproken in het hoofdstuk de genealogie van Marcus van Roocke.

Er verbleven op het eind van de 16de eeuw nog meer personen met de naam van (der) Roocke (of een variatie daarop) in Leiden, die niet tot dit gezin behoorden :

In de stad Delft vonden we de registratie op 21 juni 1602 van het huwelijk van saaiwerker Jacop van Roqus, afkomstig uit Waterwijck in Vlaanderen en woonachtig in de Pieterstraat, met Grietge Willems, de weduwe van Jan Ambrosius.
Het is niet direct duidelijk of en hoe deze Jacop in de genealogie van de familie van Roocke past.
Wellicht is deze Jacop van Roqus dezelfde persoon als Jaymes Vanrocus, alien, die in de belastingrol van 1593 van Surrey nabij London werd geregistreerd.
Hij betaalde er "for his pole" viij schellingen belastingen.

Op 17 maart 1625 overleed in Delft ene Hester de Rock, de echtgenote van Claes Damen.
Op 2 juli 1628 werd Susanna de Rock, echtgenote van Govert Knol er begraven.
Op 20 november 1632 werd Pieter Roken begraven in de Oude kerk te Delft.
Op 6 november 1634 werd in Delft het doopsel geregistreerd van Jenne, dochter van Gille Daniel en Barrigeih. De getuigen waren Pierre le Roq, Abraham en Jenne Laniel en Jenne Campanne.
Over deze mogelijke verwanten konden we voorlopig geen verdere informatie vinden.

Er dient eveneens onderzocht te worden of de familie de le Rocque techtstreeks van Ellezelles naar Leiden is gekomen, of eerder haar heil heeft gezocht in Duitsland en/of Engeland.
Naarmate ons onderzoek vordert, duiken er immers meer en meer aanwijzingen op dat de Leidse familie van Roocke meer dan gewone connecties had met de Nederduitse vluchtelingengemeenschappen in Noorwits (Norwich) en Colchester.

We hebben vanuit dat perspectief bovendien een vermelding gevonden van ene Jan van Rooke die in 1582 in Colchester getuige was bij het opstellen van het testament van Henry Ozell!
Ook de registratie van Jakob le Roque die in 1602 een bouwgrond aankocht in de nieuwstad Hanau nabij Frankfurt is een zeer merkwaardige vondst.
Bovendien verbleven ene Anthony de la Roke, afkomstig uit Vlaanderen, en zijn vrouw in 1567 in de vluchtelingengemeenschap in Norwich.

Zodat wel degelijk de vraag rijst of de hier boven besproken eerste generatie migranten wel effectief de eerste generatie vluchtelingen was?
Ik verwijs hier naar een aantal vreemde vondsten die worden besproken op de pagina over een zwervende familie van Roken.


klik hier om naar het begin van dit document te gaan.

~:§:~