De Marcussen



~:§:~



           Een interessant fenomeen dat in vele families onderscheiden kan worden, is het doorgeven van de voornamen tussen de generaties.

Uit eerbied en respect voor zijn vader noemde menige zoon in vroegere tijden zijn eerstgeboren zoon naar zijn vader.
De tweede zoon werd dan doorgaans genoemd naar de vader van de moeder.
De eerst geboren dochter kreeg meestal dezelfde voornaam als de moeder van haar moeder.
De volgende dochter werd dan naar haar grootmoeder langs vaders zijde genoemd.
Daarna kwamen de namen van vader en moeder zelf aan de beurt.

Wanneer één van deze eerst geborenen als kind overleed, werd het eerst volgende kindje dat ter wereld kwam dan ter herinnering aan zijn overleden broertje of zusje met dezelfde naam gedoopt.
Zo zette men als het ware de dood een hak, en hoopte men dat de goede eigenschappen van de overledene in de pasgeborene zouden kunnen terug gevonden worden, en hield men de herinnering aan de overledene in ere.
Enkele zeldzame keren gebeurde het zelfs dat een dopeling de zelfde naam kreeg als een zwaar ziek, "op sterven na dood", broertje of zusje, waarna dit tegen alle verwachtingen in de ziekte overleefde en er dan twee gelijknamige kinderen in één gezin waren.
Zo waren er op het eind van de 14de eeuw in het gezin Jehan de Bruyelle - Jehenne de le Rocque, naast gezinshoofd Jehan, ook twee kinderen met de naam Jehan de Bruyelle.

In het liber amicorum Johan Decavele gaan M. Boone en I. Schoups nog een stapje verder.
Zij zijn in hun dissertatie "Jan, Johan en Alleman : voornaamgeving bij de Gentse ambachtslieden (14de en 15de eeuw), een symptoom van groepsbewustzijn ?" van mening dat de keuze van de voornaam van een pasgeborene in de Middeleeuwen een zaak was van de peter, en -in mindere mate- van de meter.
Dit verhoogde de kans op een meer bewuste en geleide voornaamkeuze.
Een voornaam onthult immers veel : naast het specifieke onderscheidingskenmerk voor de naamdrager, wees zijn voornaam ook op zijn verwelkoming en opname in de familie, en op de integratie in de sociale klasse waartoe de familie behoorde.
De voornaam was verbonden met het collectieve eergevoel van de brede familie, en was de weerspiegeling van bepaalde normen en sociale gedragsregels, en gemeenschappelijke attitudes die de familie in ere hield.
Anders dan nu, waar de ouders van de boorling, die denken of hopen origineel te zijn bij de keuze van een voornaam voor hun oogappel, daarin dikwijls onbewust bepaalde modes volgen, was de voornaamgeving toen een belangrijke familie-aangelegenheid, en een zéér bewuste keuze.

Michael Bennet stelde in Engeland vast dat het doorgeven van de voornaam van peter op petekind vanaf de 12de eeuw in toenemende mate zou verantwoordelijk zijn voor een verschraling van het aantal namen.
Vanaf de 14de eeuw is er in Europa een algemene trend naar een beperkte variatie in voornamen, met de namen van enkele belangrijke heiligen voorop.
De hevige mortaliteitscrisissen in deze eeuw hebben dit proces ongetwijfeld versneld.
Het aantal voornamen van Germaanse oorsprong ging in het bijzonder in Vlaanderen en Picardië vanaf 1300 bruusk achteruit.
Aan het eind van de 15de eeuw noemde ongeveer 45% van de Franse mannen Jean.

We konden eerder reeds vaststellen dat er in de familie de le Roke een grote concentratie Jehans, Jaks en Colarts was, deze namen kwamen generatie na generatie terug.


~:§:~


            Van waar of van wie de voornaam van Marcus van de roecke, de stamvader van de familie van Roocke in Zuid-Holland, afkomstig is, is voorlopig niet duidelijk.
Ik som enkele vaststelingen op, die een mogelijke herkomst van deze naam zouden kunnen verduidelijken.
Wegens gebrek aan informatie kunnen we nog geen echte conclusie trekken.

Bij de dichte verwanten van Jehan le roch, die in 1568 in Doornik om het geloof werd opgesloten in de gevangenis, komt ene Maercq Cambrebecque voor.
Was dit misschien de vader van Jehans moeder?
En was stamvader Marcus een broer van deze Jehan?

Er is ook de eenmalige vermelding van de "menguere" -handelaar- Van Roken in de stadsrekeningen van Oudenaarde in 1485, die "ter causen van Laureinse sBackers, zijnen wijve", als niet-poorter van de stad, de "tiende penning" -successierechten ten belope van 10%- moest betalen omdat hij 80 pond had geërfd bij het overlijden van zijn schoonvader Gheeraert de Backere.
De voornaam van deze Van Roken is quasi onleesbaar, de eerste twee letters zijn duidelijk een "m" en een "a", de "a" verbonden met een krulletje dat doorgaans "er" aanduidt ... het zou "Maerij", "Maeren" of "Mauren" kunnen zijn... was het "Meeren" (van Omer) of "Maerten", of was het misschien Maerq?

Bij het opmaken van de staat van goed van de overleden Gheeraerdt De Backer in december 1485, was deze Laureinse sBackers gehuwd met Jacob van Robertmont...Maerq van Roken was blijkbaar overleden, en Laureinse en Maerq hadden geen kinderen.
Bij het overlijden van haar moeder Lijsbette Sturtewaghens in 1502, was Laureinse gehuwd met Jacop van den beele masure.
De namen van Robertmont en van den Beele masure zijn zeker afkomstig uit het Picardisch taalgebied, misschien wel uit Flobecq of Ellezelles, dat moet nog worden onderzocht.

We vonden in Ronse in 1490 de wel zeer merkwaardig aanvoelende naam van kanunnik Marcus Steenbergh..., waarbij het woord steenberg één van de mogelijke letterlijke Middelnederlandse vertalingen is van het picardische woord roke...

Een vaststelling die men kon maken bij de naamgeving onder de om-het-geloof naar de noordelijke provincies gevluchte Zuid-Nederlanders is het voorkomen van Oudtestamentische voornamen.
Door de boekdrukkunst kwamen bijbels in de volkstaal ter beschikking van iedereen, en door de aanhangers van de Nieuwe Leer werd intensief aan bijbellectuur gedaan.
De parallel tussen de lotgevallen van het verdrukte, vervolgde en vluchtende Oudtestamentische Joodse volk, en hun eigen lotgevallen vóór en tijdens hun emigratie indpireerde menig koppel bij de keuze van voornamen voor hun kinderen.
Misschien was het evangelie volgens Marcus wel de favoriete lectuur van "onze" Marcus zijn vader of moeder, of hadden zij door dit evangelie "het Licht gezien" ...


~


           Naamkundige Doreen Gerritzen verklaart in de Nederlandse Voornamen Databank van het Meertensinstituut voor Naamkunde, deze reeds bij de Romeinen voorkomende voornaam Marcus als een afleiding van de naam van Mars, de Romeinse oorlogsgod, uit Marticos en het Oskische Markas : de Mars-achtige, de oorlogszuchtige.

Het Oskisch was een sedert de Oudheid uitgestorven Italische taal die werd gesproken in het gebied der Brutii, de streek van Samnium en Campanië en een deel van Sicilië, maar die er werd verdrongen door het Latijn.
Samen met het Umbrisch vormt het Oskisch de groep der Sabellische talen.
Dialecten van het Oskisch waren het Samnitisch, het Marrucinisch, het Paelignaans, het Vestiniaans, het Sabijns, het Volscisch en het Marsisch.
Het Oskisch werd geschreven in het Latijnse, het Griekse, en het eigen Oskisch alfabet.

Marcus was de naam van de schrijver van het tweede evangelie.
Hij was een leerling van de heilige apostel Petrus, naar wiens prediking hij zijn evangelie schreef.
Volgens de overlevering zou hij de kerk in Alexandrië gesticht hebben, en vond hij in Egypte in 67 de marteldood.

Zijn reliquieën werden in 629 van Alexandrië naar Venetië gebracht, en de heilige Marcus werd de schutspatroon van de stadsrepubliek.
We vinden zijn naam er onder meer in de San Marco-basiliek op het San Marco-plein.
Hiernaast ziet u het mozaïek boven het hoofdportaal van de Basilica di San Marco, naar een ontwerp van Titiaan uit de 16de eeuw.
Het atribuut van de heilige Marcus is een gevleugelde leeuw, en deze "Marcusleeuw" werd ook het symbool van Venetië.

De feestdag van de heilige Marcus valt op 25 april.
Hij is de patroonheilige van de notarissen, de schrijvers en de secretaresses, van de bouwvakkers en metselaars, van de glazeniers en glasschilders, van de mandenvlechters en mattenmakers, van de leerlooiers en de schoenmakers, en van de lantaarnmakers en de opticiens.
Hij wordt aanroepen voor goed weer en goede oogst, en tegen een onverwachte dood, tegen bliksem en hagel, tegen het snijden tijdens het werk, en tegen plagen, het schurft en het krabben.

In Italië, en bijzonder in Venetië werd de naam zeer populair (de 13de eeuwse ontdekkingsreiziger Marco Polo was een Venetiaan).

In onze streken kwam de naam Marcus vrij laat in de Middeleeuwen in gebruik, en kwam niet zo dikwijls voor als die van de andere evangelisten.
De oudste voorbeelden vindt men volgens Doreen Gerritzen rond 1350 in Holland, en rond 1400 vermeldt professor Debrabandere drie maal de naam Maerc in Kortrijk.
In Dord[rech]t was er in 1441 een Merkus, de Ned. L. vermeldt de oudste Marcus in Den Haag in 1642 en in Rotterdam in 1644...
Ik vond in de DTB-boeken van Rotterdam reeds een Marcus Marcus die overleed op 28 oktober 1602.
In Delft vinden we als oudste vermelding een kind van ene Marcus Marcuss dat op 9 september 1596 werd begraven in de Oude kerk.
Tussen 13 april en 2 november 1601, de dag waarop Marcus Marcusz zelf werd begraven, overleden 5 van zijn kinderen en zijn huisvrouw... blijkbaar werd dit gezin getroffen door een aggressieve besmettelijke ziekte (de pest?).
Wij voegen de oudste vermelding van Morick van der roecke in 1590 = Marcus van Roocke in 1591 te Leiden toe aan dit lijstje.
Bij een volgend bezoek aan het GAL kan er misschien eens gekeken worden hoe frequent en hoe vroeg deze voornaam daar eigenlijk voorkwam, en misschien kunnen we daaruit nog enkele conclusies trekken in verband met bepaalde personen die enkel met hun patroniem Marcus werden geregistreerd...



~:§:~



           Ons Marcusverhaal begint met stamvader Marcus van Roocke, een naar Leiden uitgeweken telg van het geslacht de le Rocque uit Flobecq en Ellezelles.


I. Marcus van Roocke (1590,1591, °~1530)

II.D Jaecques van Roocke (x 1590)
        x Elisabeth Buket

III.D2 Marcus Jacobsz van Roocke (x 1628)
        x Judith Jans Braems

III.D2a Lijsbeth van Roocke
        x Denijs Denijs de Haas

III.D2aB Denijs de Haas

III.D2aB1 Catharina de Haas
        x Dirk Stollis

III.D2aB1a Markis Stollis °1714

III.D2aB2 Marcus de Haas °1683

II.D2aC Marcus de Haas °1660

IV.D2 Marcus Marcusz van Roocke

V.D2a Marcus van Roke

V.D2aA Heindrictie van Roocke
      x Abraham Elsthout

V.D2aA2 Marcus Elsthout
        x Geertje Vermeulen

V.D2aA2e Neeltje Elsthout
        x Eijsse Eijsses Postma

V.D2aA2eA Marcus Postma °1778
        x Elizabeth Koelfoff

V.D2aA2eA7 Johannes Coenraad Postma
        x Dirkje Heijligers

V.D2aA2eA7a Marcus Postma
        x Maria Cornelia van Leeuwen

V.D2aA2eA7c Clasina Postma
        x Gerard Alkoven

V.D2aA2eA7cA Marcus Alkoven (x 1902)
        x Ro 1902 Maria Weemhof

V.D2aA2h Klaas Elsthout °1759
        x Plonia Maatje

V.D2aA2hA Markus Elsthout ° Ro 1784 † Ro 1784

V.D2aA2hC Markus Elsthout ° Ro 1786

V.D2aB Apolonia van Roken
        x Engelbartus van den Hoek

V.D2aB2 Markus van den Hoek

II.L Bartelmeeus van Roocke
        x Grietge Boudewijns Bleijs

III.L Marcus van Roocke (x 1628)
        x Susanna Brandts

IV.L1 Hendrick van Roocke °1636
        x Hester Heneman

V.L1 Marcus van Roocke °1659
        x Maria Catjou

V.L1c Esther van Roocke
        x Abraham Schuddemat

V.L1cA Marcus Schuddemat

IV.L2 Marcus Marcusz van Roocke °1640
        x Annetje Jans

IV.L2a Marcus van Roocke °1664

IV.L2fMarcus van Roocke °1674

II.W Jan van Roocken

        x Marijtje Jans

II.W3 Marcus Jansz °1621

II.W3a Marcus Marcusz (x 1661)

II.A Marcus Rocquius

III.A Marcus Marcusz Rocquius °1621

IV.A Maerc de la Roche



~:§:~



           In de Leidse trouwboeken vinden we de volgende merkwaardige vermeldingen :
In 1641 werd te Leiden het huwelijk geregistreerd van raswerker Marcus de la Heye met Isabel del Port, beiden wonend in de Haerlemstraat en afkomstig uit Piccardye.
In 1703 vinden we er het huwelijk van Marcus de Hey met Lijsbeth de Bije, beiden uit Leyden en wonend aan de Oostwestgragt.
Zelfs in 1798 was er nog een Marcus de Hey die als weduwnaar van Marijtje Wassenaar hertrouwde met Pieternelletje Hoedaer.
Waren zij afstammelingen van Laurens Rocque en haar eerste man Jan Delhey, en werd de voornaam van stamvader Marcus van Roocke ook in deze tak van de familie generatie na generatie doorgegeven ?

           In de stamboom van de familie Carlie, opgesteld door Jouke de Vries, terug te vinden via de stambomen van Jouke, vond ik volgend merkwaardig verschijnsel :

Op 9 november 1731 huwden Joannes Carlie en Catharina Marcus in Leiden.
Zij was de dochter van Pieter Marcus, geboren te Leiden in 1678.
Hij was de zoon van Pieter Marcus en Trijntje Jans.
Zij huwden in Leiden op 2 april 1677, en de vader van de bruidegom was getuige...
Zijn naam was óók Pieter Marcus.

Het patroniem Marcus was hier dus blijkbaar de erfelijke achternaam Marcus geworden.

Of er een verband is met één van de Marcussen uit de familie van Roocke is niet duidelijk.

In deze context kunnen wij ook het werk "Voorbeeld van naamsverandering in het begin der 17de eeuw. Genealogie van het geslacht Marcus en het daaruit door naamsverandering gesprotene geslacht Doornik. Z.p. z.j., 37 p" uit 1880 van Pieter Nicolaas van Doorninck vermelden...