de Doornikse chirografen


eind 12de eeuw → 1795



~:§:~



Wat is een chirograaf ?



           De ethymologische oorsprong van het woord chirograaf stamt uit het Oud Grieks : het is een combinatie van het woord "chiros", met als betekenis hand, en het werkwoord "graphein", dat schrijven betekent.
In het Romeinse recht was een "chirographum" dan ook een eigenhandig geschreven acte, opgesteld in de eerste persoon, die door ondertekening bewijskracht had.

In de context van het Middeleeuwse rechtssysteem was een chirograaf een ongezegelde oorkonde, een op perkament genoteerde overeenkomst van persoonlijke aard tussen een aantal partijen, bekrachtigd door de officiële instanties van het rechtsgebied waar deze overeenkomst tot stand kwam, doorgaans de schepenbank van een stad.
De tekst werd op eenzelfde stuk perkament zoveel maal gekopieerd als er partijen waren, plus een extra kopie voor de lokale overheid.

Elke kopie werd van de andere gescheiden door het woord "chirographum", "cirographum", "chirograp", "cirografies", of een andere variatie op dit woord.
Vanaf de tweede helft van de 14de eeuw kon de scheidingstekst bestaan uit een aantal losse letters, of krullen en lijnen, een verwijzing naar de aard van de acte, of de naam van de scribent.
De verschillende kopieën werden -naar gelang de plaatselijke gewoonte- recht, golvend of in zig-zag, van elkaar gesneden, telkens middendoor de scheidingstekst.

Elke betrokken partij kreeg zijn exemplaar, en de laatste kopie werd bewaard door de overheid.
Door samenvoeging van de losgesneden delen kon de echtheid desgewenst bewezen worden.





De Doornikse chirografen



           Waar elders in Europa het gebruik van chirografen vanaf de 13de eeuw afnam, maakte deze manier van diplomatieke registratie rond hetzelfde tijdstip een buitengewone opmars in een aantal Noordfranse, Vlaamse, Brabantse en Rijnlandse steden.

Zoals in de nabijgelegen steden Valenciennes en Douai, werden de actes die in andere streken voor notarissen werden verleden, in Doornik tot op het eind van het Ancien Regime gepasseerd voor de schepenen.
In Doornik kon men voor bepaalde actes ook terecht bij een "voir-juré", een ambtenaar die als beëdigd getuige, bijgestaan door één of meerdere andere getuigen die de betrokken partijen kenden, rechtsmacht aan een chirograaf kon verlenen.

De oudste Doornikse chirografen dateren van het einde van de 12de en het begin van de 13de eeuw. Ze waren meestal geschreven op zeer kleine stukjes perkament en zeer summier van inhoud.
Gaandeweg deden standaardformuleringen hun intrede en werden de teksten langer (en langer...), zodat vanaf de 14de eeuw deze actes niet langer rollen aan elkaar genaaide perkamenten waren, maar meestal de vorm van schriften aannamen.
Bijna alle Doornikse chirografen waren in zwarte inkt geschreven op perkament en zeer goed leesbaar, doordat ze gedurende eeuwen -tot op het eind van de 19de eeuw- toegeplooid bewaard waren gebleven.
Op enkele zeer oude in het Latijn opgestelde exemplaren na, waren ze geschreven in de volkstaal : tot in de tweede helft van de 14de eeuw in de lokale variant van het Picardisch, later in het (middel-)Frans.

De Doornikse chirografen betreffen meestal contracten tussen privépersonen en deze zijn zeer divers van aard : men vindt er actes over verkopen, over schenkingen, over rentes, over huurovereenkomsten, over leercontracten, over leningen, ... andere betreffen testamenten of voogdijrekeningen.
Door deze verscheidenheid vormen ze een ideale bron om het economisch leven van een middeleeuwse stad te bestuderen, maar ook voor genealogen, historici, filosofen, sociologen en taalkundigen bevatten ze een quasi onuitputtelijke schat aan gegevens.

Van deze actes bestonden geen samenvattende minuten ; zoals reeds vermeld werden ze opgesteld in meerdere exemplaren en daarvan werd er één bewaard in het archief der griffie van de schepenen.
Dit verklaart tevens de enorme hoeveelheid aan chirografen : van alle chirografen verleden voor de schepenbanken van de Doornikse kernstad de Cité, en van de wijken St.-Brice, de Bruille en de Chauffours werd een exemplaar bewaard, vanaf het eind van de 12de eeuw tot in 1795.
A. d'Herbomez schatte hun aantal in 1891 op ongeveer 500.000, Léo Verriest sprak een halve eeuw later over een totaal van minstens 600.000 chirografen, waarvan er bij benadering 100.000 uit de 13de en 150.000 uit de 14de eeuw dateerden.




La Tour des Six.


           De Doornikse schepenen bewaarden alle aan hen tovertrouwde exemplaren van de chirografen gedurende eeuwen in hun archief, dat zich bevond in "la Tour des Six".
Dit zeer oude gebouw was gebouwd op een toren van de tweede stadsmuur tussen de oude stadshal en de Sint-Maartensabdij.
Het was een uitzonderlijk stevige vierkante constructie met zijden van 12 meter en een hoogte van 43 meter.
De muren waren 2,5 meter dik en op het dak bevond zich een vergulde vlaggenstok waaraan de vlag met het wapenschild van de stad wapperde.
In Bozières "Tournai Ancien et Moderne" vinden we een dwarse doorsnede van "la tour des six" en een afbeelding gebaseerd op een schets van Sanderus waar het bovenste deel van deze toren zichtbaar is achter de halle des consaux.

Dit gebouw werd "la Tour des Six" genoemd omdat -voordat de schepenbank er was gevestigd- er de vrijbrieven en octrooien van de stad werden bewaard, en deze toren werd bewaakt door 6 van Doorniks beste burgers.
De toren werd in 1213 tijdens de bezetting door Ferrand van Portugal vernield door een brand, en nadien weer volledig opgebouwd.

Het gedeelte dat werd gebruikt om de stadsarchieven in te bewaren, noemde men de "ferme" of de "arche", de kluis.
Men bewaarde er de charters, de stadsrekeningen en de chirografen.
Het was een zo goed als volledig brandveilige ruimte tussen twee bakstenen voutes, bereikbaar via stenen trappen en smalle, donkere gallerijen, enkel toegankelijk na het openen van drie opeenvolgende massieve deuren.
De sleutel van de eerste deur werd bewaard door de tweede schepen, een tweede door de eerste schepen, en de sleutel van de laatste deur werd bewaard door de mayeur.
Een vierde kleinere sleutel voor de buitendeur beneden werd bewaard door de derde schepen.
Deze "ferme" had een binnenruimte van 40 voet op 24, met een hoogte van 28 voet en er waren slechts 2 kleine met tralies beschermde vensters.
De actes en charters waren er in bibliotheekkasten gerangschikt volgens ouderdom, de oudste bovenaan, de jongste onderaan.
De actes waren per jaar in zakken gestopt die een houten etiket droegen met daarop de namen van de mayeur en de schepenen van het betreffende jaar.


De diaspora van de Doornikse chirografen.



           In 1795 werd de laatste chirograaf geregistreerd voor de Doornikse schepenen.
De leidinggevende burgers van de Franse revolutie hadden het helemaal niet begrepen op deze getuigen van het Ancien Regime, en het verzekerd bewaren van documenten die in vele gevallen de óngelijkheid tussen burgers juridisch bekrachtigde, was zeker geen prioriteit voor het nieuwe bewind...
Ongetwijfeld hadden sommige personen er bovendien voordeel bij dat bepaalde chirografen verdwenen, en net als in vele andere steden werd ook het Doorniks schepenarchief geplunderd.

M. de Joursanvault, een baron uit Beaune, had reeds vóór 1789 een uitgebreide verzameling charters, manuscripten en geschiedkundige werken verzameld.
De revolutie verschafte aan baron de Joursanvault onverhoopte mogelijkheden om zijn genealogisch cabinet uit te breiden.
Hij doorkruiste het hele Franse grondgebied en kocht de her en der verstrooide archieven van abdijen, kloosters en openbare instellingen op.
Na zijn dood besloten zijn in geldnood verkerende erfgenamen in 1838 deze reuzachtige verzameling documenten op een veiling te koop aan te bieden.
Lot 3422 bestond uit 4117 Doornikse chirografen uit de periode 1214 tot 1399.
Via koper De Magny en generaal Van der Meer zijn de meeste van deze chirografen terug in het Doorniks archief terecht gekomen.

In de periode 1818 tot 1823 nam het Doornikse stadsbestuur enkele vreemde beslissingen.
Het gebouw waarin de Doornikse chirografen sinds generaties werden bewaard , "la tour des six", werd veroordeeld tot de sloop, en met als enig doel zich te ontdoen van een massa documenten die hun niet nuttig toescheen, beslisten de magistraten een groot deel van de er bewaarde archiefstukken te verkopen... per gewicht aan perkament!
Een ooggetuige vertelde aan de heer Bozière dat de charters, registers en chirografen respectloos door de vensters naar buiten werden gegooid.
De grootste hoeveelheid van de toen verkochte chirografen is terecht gekomen in de bibliotheek van sir Thomas Phillipps, in Cheltenham in het Verenigd Koninkrijk.
Deze beroemde bibliofiele baron had bij de verkoop van de gemeentelijke archieven van Doornik tientallen zakken met honderden chirografen verzameld...
In 1844 verheugde B.M.C. Dumortier zich erop dat hij in het archief van Doornik nog een zak chirografen had gevonden die aan de ramp van 1822 was ontsnapt.

Amans-Alexis Monteil, belichtte in zijn "histoire des Français des divers états" als eerste de geschiedenis van Frankrijk vanuit het standpunt van de gewone Fransman, met aandacht voor de gewoonten en zeden, de kunst en de ambachten. Tijdens de voorbereidingen voor dit werk had deze historicus en boekhandelaar een groot aantal originele documenten verzameld uit alle streken van Frankrijk.
In 1836 bood hij een groot deel van deze manuscripten te koop aan, en hij prees deze veiling omstandig aan in een "traité de matériaux manuscrits de divers genres d'histoire", waarbij hij de historische context van de documenten uiteenzette.
Hoofdstuk XVI van deze catalogus handelt over de geschiedenis van de wetten en de mannen der wet, en daarin vinden we twee verzamelingen actes uit de 13de en 14de eeuw, gepasseerd voor de schepenen van Doornik, te koop aangeboden voor 60 francs.
Verder werd er een lot van 382 originele acten uit de 13de tot 18de eeuw aangeboden voor 300 francs.
Een groot deel van de geveilde loten werd verworven door... sir Thomas Phillipps.
Op 11 juni 1850 werd te Parijs door la maison Silvestre de veiling georganiseerd van de manuscripten die deel uitmaakten van de bibliotheek van de kort daarvoor overleden Amans-Alexis Monteil.
In de catalogus vinden we als lot 292 een verzameling acten, gepasseerd voor de schepenen van Doornik uit de 13de en 14de eeuw, geclasseerd tussen vellen papier waarop ze werden geanalyseerd.
Lot 313 bestond uit een aantal kopieën van acten uit de 13de eeuw, geregistreerd door het stadsbestuur van Doornik.

In september 1891 wijdde A. d'Herbomez een artikel aan "le fonds des chirographes aux archives communales de Tournai", waarin hij ons meedeelt dat het fonds der chirografen in het Doorniks stadsarchief volgens hem zeker niet het meest interessante was, maar wel veruit het meest volumineuze.
A d'Herbomez herinnert ons eraan dat het fonds der Doornikse chirografen enkele spijtige tegenslagen heeft ondergaan, waarvan de -toen- jongste en grootste, de liquidatie van een groot deel van de archieven die sinds eeuwen werden bewaard in la tour des six, hem nog steeds met grote verontwaardiging vervulde.
Hij hoopte ten stelligste dat de Doornikse autoriteiten deze onvergeeflijke fout zouden herstellen door het terugkopen van deze schat van ongeveer 20000 chirografen, meestal uit de 13de of 14de eeuw.
De erfgenamen van sir Thomas Phillipps hadden immers door een speciaal daartoe opgestelde act van het Engels parlement de toestemmming verkregen om publicaties en manuscripten uit de bibliotheca Phillippica, die niet over Groot-Brittannië handelden, te mogen verkopen.

De oprechte verontwaardiging van A. d'Herbomez en vele van zijn erudiete collega's die behoorden tot de invloedrijke Société Historique et Littéraire de Tournai heeft er uiteindelijk toe geleid dat het overgrote deel van de collectie chirografen die in de bibliotheek van sir Thomas Phillips was terecht gekomen, na diens overlijden terug naar België kwam.
In sir Thomas Phillipps' testament van 1872 werden zijn dochter Katerine en haar man John Fenwick aangeduid als "life-tenants" van zijn bibliotheek.
In april 1887 had Charles Ruelens, de verantwoordelijke voor de manuscripten van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, een eerste gesprek gehad met John Fenwick over de overdracht van documenten die betrekking hadden op de Belgische geschiedenis, en in juni begon Edouard Fétis, hoofd van de Koninklijke Bibliotheek, de echte onderhandelingen.
Charles Piot en Charles Ruelens kregen de toestemming de aard en de waarde van de documenten te onderzoeken, doch dienden zich ertoe te verbinden niets te publiceren uit hun onderzoek.
In 1887 werden de Doornikse chirografen uit de bibliotheca Phillippica niét door de stad Doornik aangekocht omdat de erfgenamen van sir Thomas Phillipps een prijs van 10000 francs vroegen voor een fonds dat door de heer Piot slechts op een waarde van ongeveer 3700 francs werd geschat.

Tijdens de winter van 1899 slaagde de heer Van den Gheyn, de opvolger van de heer Ruelens erin 170 manuscripten van groot belang, 239 catalogi van Belgische en Nederlandse bibliotheken en "a vast mass of charters relating to Tournai" naar België te halen.
De minister van Landbouw, onder wiens bevoegdheid het cultuurbeleid toen viel, keurde deze aankoop goed voor de som van 2570 £.
Deze grote hoeveelheid actes die betrekking hadden op Doornik was ongetwijfeld afkomstig uit de vele zakken chirografen die sir Thomas Phillipps in 1822 had laten opkopen tegen een prijs van het gewicht in perkament, en die in het tijdschrift "Archives belges" van 1900 omschreven wordt als 160 volumes Doornikse chirografen die door de Belgische regering werden aangekocht op de verkoop van de collectie Phillipps te Cheltenham.
Uit het artikel van heer Verriest over "la perte des archives du Hainaut" uit 1942, kunnen we opmaken dat in het begin van de 20ste eeuw inderdaad een massa van ongeveer 25000 chirografen in de collectie van het Rijksarchief te Mons was terecht gekomen.

In juni 1899 werd op een veiling georganiseerd door Sotheby's een deel van de Bibliotheca Phillippica geveild.
De loten met Doornikse chirografen werden verkocht aan de stad Doornik, en de kopers Lethaby uit Dublin, Quaritch uit London, Leighton, Delane en Ellis.
Enkele van deze loten kwamen later terecht in bibliotheken in Parijs, Manchester en London, andere verdwenen in de nevelen der geschiedenis...
Ook in 1903, 1910 en 1914 werden bij Sotheby's nog groepen Doornikse chirografen geveild.
Tot midden de zeventiger jaren van de 20ste eeuw werden restdelen van de bibliotheca Phillippica via verschillende veilinghuizen te koop aangeboden en de kans dat er zich in een privé-verzameling nog originele Doornikse chirografen bevinden is niet onbestaande.

In 1903 werd de "catalogue des livres et manuscrits formant la bibliothèque du château de Boussu provenant de feu M. le comte Georges de Nédonchel, président de la Société Historique et Littéraire de Tournai" gepubliceerd door de Gentse boekhandelaar Camille Vyt.
Naast enkele zeldzame originele werken over de geschiedenis van Doornik uit de 17de en 18de eeuw, bevatte deze collectie ook 30 goed bewaarde originele Doornikse chirografen uit de periode 1282-1366.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel van Boussu gebruikt als munitiedepot door de Duitse Luftwaffe, die op 2 september 1944 het kasteel dynamiteerde.

In 1939 werd de tekst van een toespraak die Léo Verriest had gehouden op een congres van mediëvisten, afgedrukt in de Annales du Cercle Archéologique de Mons onder de titel : "Un fonds d'intérêt exceptionnel : les chirographes de Tournai".
Daarin vertelde hij dat hij als jonge debutant-archivist zijn leertijd doormaakte in de zeer rijke archieven van Doornik.
Hij was daarbij onmiddellijk gefascineerd door het uitzonderlijk interessant fonds der chirografen, dat hij omschrijft als een onuitputtelijke bron van historische documentatie over de 13de en 14de eeuwse stad.
Tijdens zijn vrije tijd kopieerde of analyseerde hij honderden en honderden van deze teksten.
Hij drukte erop dat het volgens hem ab-so-luut noodzakelijk was deze "actes d'intérêt privé" in extenso te publiceren voor de periode van het eind van de 12de eeuw tot 1275, voor de chirografen van latere datum zou een samenvattend regest en een analyse kunnen volstaan.

Zoals het fonds der chirografen er in 1939 bijlag, was het namelijk zeer ontoegankelijk en quasi onbruikbaar...
Er zouden bij de publicatie personen- en zakenregisters moeten opgesteld worden, zodat dit fonds eindelijk zijn bijdrage zou kunnen leveren aan een beter begrip van de Middeleeuwse stedelijke geschiedenis...
Verder wees de heer Verriest er ook op dat er in het verleden reeds grote volumes tekst gepubliceerd werden die bij lange niet zo interessant waren als deze uit het fonds der Doornikse chirografen.
Maar helaas, zoals zo dikwijls predikte de heer Verriest in de woestijn...

Het ondenkbare gebeurde, en in mei 1940 viel dit onschatbaar fonds volledig ten prooi aan de vlammen tijdens de quasi totale vernietiging van het Doornikse stadsarchief en het rijksarchief te Mons...

Alle met de beste intenties geleverde inspanningen om vele duizenden Doornikse chirografen terug te brengen naar Belgische archieven hebben er uiteindelijk helaas toe geleid dat ook het overgrote deel van deze collectie onherroepelijk is verloren gegaan.




De quasi totale vernietiging van de Doornikse archieven in mei 1940.


           Soms zeggen beelden meer dan woorden...

het Doorniks stadsarchief in 1939

het Doorniks stadsarchief na 16 mei 1940


De maand mei 1940 was een zeer warme maand, en op donderdag 16 mei zochten veel inwoners van Doornik wat verkoeling op de dorpel aan de voordeur, de kinderen speelden op straat.
Rond 15 uur weerklonk het alarm van de sirenes.
In de verte hoorde men het lugubere gegrom van de tweemotorige bommenwerpers van de Duitse Luftwaffe : in formatie, in groepjes van drie, naderden de Dorniers 17.

Tot dan had Doornik op 10 mei een zeer miniem bombardement ondergaan, waarbij drie doden waren gevallen, en had men in de tussenliggende week tijdens het luchtalarm de Duitse bommenwerpers op grote hoogte zien voorbijvliegen.
Vele Doornikenaars bleven dan ook naar de hemel turen op 16 mei en wezen naar de aankomende vijandige vliegtuigen.
Anderen zochten onmiddellijk de beschutting van de kelders op...

De luftwaffe voerde vijf opeenvolgende bombardementen uit en een regen van bommen daalde neer op Doornik.
Her en der braken de eerste branden uit.
De oevers van de Schelde waren zwaar geraakt, net als de bibliotheek, het stadsarchief, het stadhuis, de gebouwen van het bisdom en de St.-Quentin-kerk.

Nadat de sirenes het einde van het bomalarm afkondigden, sloeg een groot deel van de bevolking op de vlucht.
Ze verzamelden hun belangrijkste zaken en verlieten in kolonne de stad, daarbij de maneuvers hinderend van de geallieerde Engelse troepen.
Door gebrek aan middelen en manschappen slaagden de brandweermannen er niet in de vele branden te blussen voor de avond viel.
Net na het invallen van het duisternis scheerden de eerste Duitse bommenwerpers opnieuw over de stad, de bombardementen zouden aanhouden tot het ochtendgloren.

Op 17 mei tussen 9 en 10 uur 's morgens verschenen de eerste vijandige vliegtuigen opnieuw boven Doornik en viel de stad ten prooi aan duizenden Duitse brandbommen.
Het vuur verspreidde zich via de daken, en weldra ontstonden enorme branden : van de Grote Markt tot aan de rue des Maux, in de rue de l'Yser, in de rue de Courtrai, en via de rue des Orfèvres, waar het stadsarchief en de bibliotheek in vlammen opgingen, bereikte het vuur de hoofdbeuk van de kathedraal.

Op zaterdag 18 mei werd duidelijk in welke catastrofale situatie Doornik zich bevond : het centrum van de stad was een ruine. Hier en daar probeerden enkele moedigen de vele branden te bestrijden, maar zowat de hele binnenstad stond in lichterlaaie.
Uiteindelijk slaagde een Engels brandweerkorps erin de stadsbrand te stoppen door het creëren van brandgangen door het gericht doen exploderen van bepaalde huizenblokken.
De brand in de kathedraal kon pas bedwongen worden op zaterdagnamiddag.
Met de steun van een tiental vrijwilligers en de inzet van vijftien gevangenen aan wie de vrijheid was beloofd, was men er, onder leiding van Mr. Lambert, de directeur van de gevangenis, in geslaagd na 8 uren ononderbroken bluswerken de kathedraal te vrijwaren.

Op zondag en maandag 19 en 20 mei bliezen de Engelse genietroepen de overgebleven Doornikse bruggen over de Schelde op.
De slag aan de Schelde was begonnen...

Drie dagen later trokken de Duitse troepen Doornik binnen.

Een krantenknipsel uit een Duitse krant uit mei of juni 1940 toont ons de Duitse visie op de feiten :
"Die Zerstörung dieser Stadt kommt auf das Schuldkonto der Engländer, die hier zähen Widerstand geleistet haben."

Vanuit militaire invalshoek was het, gezien de aanwezigheid van Engelse troepen in Doornik, waarschijnlijk belangrijk te verhinderen dat er een geallieerd bolwerk langs de Schelde kon worden uitgebouwd.
Of het daarom noodzakelijk was deze stad bijna volledig te vernietigen is natuurlijk nog een andere vraag.

Deze barbaarse vernietiging op de rug van de weerstand biedende Engelse troepen schuiven was een al even dubieuze vergoelijking...


De overgebleven Doornikse chirografen.


           Het overgrote deel van de Doornikse chirografen is onherroepelijk verdwenen, maar toch hebben we via verschillende kanalen een aantal originele private actes kunnen terug vinden.
Bovendien hebben vele geschiedkundigen en genealogen vóór 1940 een aantal chirografen gepubliceerd of gekopieerd en opgeslagen in hun privé-nota's.

We vonden (slechts)/(toch) enkele honderden originele chirografen :


We vonden transcripties, kopies en fragmenten van Doornikse chirografen in de persoonlijke nota's van een aantal erudiete historici :


We vonden in een groot aantal publicaties volledige of gedeeltelijke transcripties, fragmenten of verwijzingen naar Doornikse chirografen van de volgende ongetwijfeld onvolledige lijst auteurs :

Bigwood G, Bouteillier J., Bozière A.F.J., Cloquet L., d'Herbomez A., De Béthune-Sully E., de Formanoir, de la Grange A., de Marsy, De Meulenaere O., de Nédonchel, De Pauw N., de Reiffenberg, Delvinquier B., Des Marez G., Deshaines C.C.A., Desmons, Dony E., du Chastel de la Howarderie P.A., Dumortier B., Génicot L., Giry, Godefroy F., Gordière L.-A., Hennebert F., Hoccart, Hocquet A., Houtart M., Laubscher G.G., Mangano-Leroy P., Maquest, Mestdag S., Monteil A.-A.,Nazet J., Nelis H., Nys L., Piérard C., Piérart, Pijcke J., Pinchart A., Platelle H., Ruelle P., Schwan E., Soil de Moriamé E., Taillar M., Vandenbrouck H., Vanwijnsberghe D., Verriest L., Voisin ch., Vos ch., Wauters A.

Wellicht zijn er nog publicaties waarin fragmenten uit of verwijzingen naar Doornikse chirografen voorkomen en misschien bestaan er nog originele Doornikse chirografen in archieffondsen of in privé-verzamelingen, of bevinden zich nog transcripties van verdwenen Doornikse chirografen in de persoonlijke nota's van erudiete historici of van gedreven genealogen die de kans hebben gekregen deze quasi onuitputtelijke bron van historische gegevens te kunnen onderzoeken vóór mei 1940...
Mocht iemand een bron kennen die wij over het hoofd hebben gezien, we houden ons ten zeerste aanbevolen!


De wens van Léo Verriest : een ambitieus plan ?



           Aangezien wij tijdens onze genealogische opzoekingen naar de familie de le Roke proberen om zoveel mogelijk Doornikse chirografen op te sporen en er een fotokopie, een (digitale) foto of een transcriptie van te maken, rijpt bij mij sinds kort het plan om na 70 jaar de wens van de heer Léo Verriest in te willigen...
en eindelijk op één of andere manier (regesten van) het gros van de nog bestaande Doornikse chirografen te publiceren.

Indien er een wilde weldoener of een gulle sponsor wordt gevonden, ambiëren we een volledig chronologisch corpus in minstens 10 delen met de volledige transcriptie van alle getraceerde Doornikse chirografen met bijhorende analyses, besprekingen en namen- en zakenlijsten, ongetwijfeld in luxe-uitgave in quarto, op glanzend papier en verlucht met prachtige kleurenfoto's op ware grootte (dus met uitflappende delen indien nodig) van àlle nog bestaande Doornikse chirografen !


klik hier om naar het begin van deze pagina te gaan.