de betekenis van onze naam


~:§:~


Eerst een vleugje theorie


           a) het ontstaan van de achternamen


In de 4de en 5de eeuw hadden onze voorouders een roepnaam.
Deze roepnaam volstond toen om hen in de kleine gemeenschap waarin ze leefden ondubbelzinnig te kunnen aanduiden.
Deze namen hadden toen een letterlijke betekenis, toepasbaar op de naamdrager, en deze oudste vorm van naam was in den beginne éénstammig, zoals bvb. Brecht (de schitterende) of Bald (de sterke)...

Rond de 6de en 7de eeuw ontstonden de tweeledige namen zoals Gerhard, Bernhard, Idesbald...

In de 8ste eeuw ging de oorspronkelijke betekenis van de naam als eigenschap van de persoon in kwestie verloren.
Er ontstaan samengestelde namen, bestaande uit een deel van vaders en een deel van moeders naam: bvb Gerlinde uit Gerhard en Sieglinde.

In de 10de eeuw zijn de namen dikwijls "bald" of "hard" voor de jongens, en "linde" of "gende" voor de meisjes, in combinatie met de clan waartoe ze behoorden.

Kort na het eerste millennium kwamen de christelijke namen langzaam in zwang.

De opkomst van de steden, en de grotere concentratie aan personen die er samenleefde, veroorzaakten de nood aan een bijnaam, om 2 personen met eenzelfde roepnaam eenduidig te kunnen identificeren en onderscheiden.
Deze bijnamen konden afgeleid zijn van de naam van de vader, van een beroep, van een woonplaats, een fysiek kenmerk, of een karaktertrek.

Wanneer zo'n bijnaam erfelijk werd overgedragen van de vader op zijn kinderen, evolueerde die tot een familienaam.
De vroegste erfelijke familienamen zijn ontstaan in de complexe stedelijke samenleving in het graafschap Vlaanderen en kort daarna in het hertogdom Brabant.
Rond 1200 was de erfelijke familienaam er vrij algemeen ingeburgerd.

In de noordelijke Nederlanden, die veel dunner bevolkt waren, hanteerde men tot in het begin van de 19de eeuw meestal patroniemen.
De Franse overheerser besliste in 1811 dat iedereen er een familienaam moest hebben.
Velen dachten dat deze maatregel samen met de Fransen vroeg of laat wel zou verdwijnen, en kozen een gekke naam.
Een klerk op het Amsterdams gemeentehuis schreef in een brief aan zijn ouders dat er uit de zaal van de burgerlijke stand regelmatig gebulder te horen was, wanneer één of andere grapjas een lachwekkende naam als familienaam had aangenomen.
Deze "naamaannemingen" werden zorgvuldig geregistreerd en bewaard, en toen de Fransen de streek verlieten, was het gebruik van achternamen zo ingeburgerd, dat het systeem behouden bleef.
Menige nazaat van zo'n lolbroek zit nu nog dikwijls verveeld met die familienaam.

Dit tijdsverschil bij de algemene invoering van de achternamen verklaart ook de verschillen in schrijfwijzen tussen de Noordnederlandse en de Zuidnederlandse namen : in 1604 werd in het Middelnederlands een spellingswijziging doorgevoerd, zodat de nieuwe namen van 1811 reeds in deze nieuwe spelling waren opgetekend, en dat de oude familienamen volgens de oude regels werden gespeld.
Zo treft men in Nederland de namen "Klaas" en "Bakker", waar men in Vlaanderen en Brabant de namen "Claes" en "De Backer" zal aantreffen.
Verder zal men ten westen van de lijn Schelde-Dender Frankische elementen in de familienamen kunnen onderscheiden, waar ten oosten van deze rivieren een Saksische, en dus Germaanse invloed merkbaar is.



           b) het verklaren van de betekenis van de achternamen


Wie een familienaam wil verklaren mag zich niet laten misleiden door de huidige vorm ervan. Vele familienamen zijn door de loop der tijden fonetisch geëvolueerd of hebben taalkundige wijzigingen ondergaan. Sommige namen werden, omdat ze niet meer begrepen werden, verbasterd of geherinterpreteerd.
Het is niet altijd even eenvoudig om de oorspronkelijke vorm van een familienaam te achterhalen. Vaak zijn daar intense genealogische opzoekingen voor nodig.


           c) de soorten familienamen


Bij de verklaring van de betekenis van de familienamen worden 4 basissoorten onderscheiden :



De oorspronkelijke vorm van onze naam


We beginnen onze zoektocht bij de naam Verhoeke ; deze naam is een andere schrijfwijze van de naam Verhoken, ontstaan in Noord-Frankrijk in de tweede helft van de 19de eeuw.
De naam Verhoken, waarvan men in Noord-Frankrijk de betekenis niet kende, werd er geherinterpreteerd als Verhoeke. Het woorddeel "hoken" begreep men er niet, een hoek kende men er wel.

De naam Verhoken is een hypercorrecte schrijfwijze van de naam Verroken.
Ook hier is de oorzaak te vinden in het feit dat men de naam niet begreep. De scribent interpreteerde de naam Verroken als Veroken en "corrigeerde" dan de vermoede niet-uitgesproken "h" door ze er aan toe te voegen. Dit veroorzaakte dus een fout, terwijl men eigenlijk de bedoeling had een correctie aan te brengen. In de taalkunde heet zo'n onterecht toegevoegde "h" een hypercorrecte "h". Als vergelijkbaar voorbeeld bestaat er ook van de naam Vereecken een vorm Verheecken.

De naam Verroken is een 16de eeuwse samentrekking, een taalkundige evolutie van de naam Van der Roken.
Op het eind van de 16de eeuw evolueerde de achternaam vander Roken tot Verroken.
In Kerkhove werd in 1558 de zeldzame tussenvorm Vaerrocke geregistreerd.
Een vergelijkbare taalkundige evolutie kon men toen vaststellen bij de woorden elkander en malkander die eveneens door samentrekking en verdoffing evolueerden tot elkaer en mekaer.
Bij vele namen zijn beide vormen blijven bestaan, zoals bij voorbeeld bij Vander Plancken-Verplancken, Van Der Straeten-Verstraeten, ... in onze familie bleef alleen de nieuwe vorm Verroken bestaan.

De naam van der Roken is een licht gewijzigde 15de eeuwse variant van de oorspronkelijke naam van de roke.
De oudste vorm van onze achternaam werd zowel in Gent in de periode 1380-1430 als van de roke en in Berchem in 1396 geschreven als vander Roeke, waarbij de "oe" in vander Roeke moet geïnterpreteerd worden als de lange [o:]-klank, zoals de "ue" in Verschueren als [y:] en de "ae" in Verstraeten als [a:] dient te worden uitgesproken.


De verklaring van de betekenis van de familienaam van de roke


Nu we de oorspronkelijke vorm van onze familienaam kennen, kunnen we proberen de betekenis ervan te verklaren.


Aangezien deze naam begint met "van de" is zonder twijfel onmiddellijk duidelijk dat de naam van de roke een familienaam is die verwijst naar een plaatsnaam.
Een persoon die de naam van de roke droeg, was dus afkomstig van een roke, zoals een persoon die van de Kerkhove heette, afkomstig was van een kerkhof, de familie van der Schueren afkomstig was van nabij een schuur enz. enz....
Dan stelt zich natuurlijk de vraag : wat is een roke, en kan de roke waar onze voorouders hun naam aan ontleenden gelokaliseerd worden?

In de Middelnederlandse woordenboeken is het woord roke niet terug te vinden.
Meer nog : dr. Maurits Gysseling verzamelde in zijn befaamde "Corpus Gysseling" alle gekende Nederlandstalige teksten van vóór het jaar 1300, en een familie van de roke is daar ook niet in terug te vinden...

Het was pas toen Erik Verroken de oudste wettelijke passeringen voor de schepenen van de stad Ronse van het einde van de 13de eeuw bestudeerde, dat het woordje roke in een tekst werd gevonden, en de betekenis ervan duidelijk werd.

Ronse is -en was- gelegen op de taalgrens, de grens tussen de Germaanse en de Romaanse talen.
Nu is dat de grens tussen het Nederlands en het Frans, toen was de taalgrens de scheiding tussen het Middelnederlands en het Picardisch.
Het Picardisch was een Romaanse taal met Gallische en Frankische elementen, die in de Middeleeuwen gesproken werd van de Noord-Franse streek Picardië tot in Henegouwen. In het boek van Cambier lezen we dat het Picardisch tot in de 13de eeuw ook te Ronse een actief gesproken taal was.
Het Picardisch werd in de 14de en 15de eeuw bijna overal verdrongen door het Frans.
Veel Waalse dialecten bevatten nog uitgesproken Picardische elementen.

Het Picardische woord roke betekent steengroeve, steenrijke helling of steenberg.
De woorden "rokier" en "roketier", respectievelijk "steenhouwer" en "handelaar in steen" behoren tot dezelfde woordfamilie.
De naam van de roke betekent dus letterlijk "van de Steengroeve", "van de Steenberg" of "van Steenbergen".

Aangezien roke geen Middelnederlands, maar een Picardisch woord is, en de naam van de roke vóór het midden van de 14de eeuw nergens terug te vinden is, vroegen we ons dan ook af of de naam vóór 1300 zou voorkomen in het Picardisch taalgebied...
En inderdaad ... in Noord-Henegouwen was er een familie de le Roke, en ons genealogisch onderzoek heeft aangetoond dat de familienaam van de roke ontstaan is in de tweede helft van de 14de eeuw als vertaling van de naam de le Roke, toen leden van de Doornikse familie de le Roke naar het Middelnederlandse taalgebied emigreerden.

Het Picardische voorzetsel "de" en het vrouwelijk lidwoord "le" in de naam de le Roke werden daarbij vertaald in "van de".
Het lemma roke werd niet vertaald, mogelijk omdat het woord gekend was waar deze vertaling plaatsvond, ofwel omdat men het net niét begreep, maar het fonetisch perfect nabootsbaar was...


De namen de Rocque, Derocq, Derock, Delrocq en Delrock


Niet alle leden van de Doornikse familie de le Roke verhuisden naar Vlaanderen, en we kunnen de geschiedenis van deze familie verder volgen in Henegouwen.
Toen het Frans het Picardisch verdrong in de 14de eeuw, veranderde de Picardische naam de le Roke in De le Rocque, en later in de Rocque of Delrocq.

Vermoedelijk zijn ook de namen Derocq, Derock en Delrock geëvolueerde vormen van de oorspronkelijke Picardische naam
de le Roke.


De namen van Roocke, Van Roecke en Van Rook


Toen op het einde van de 16de eeuw een deel van de familie de le Rocque uit Ellezelles om-het-geloof emigreerde naar de noordelijke Nederlanden werd hun naam er vertaald in vander roecke, en evolueerde er tot van Roocke(n).

Waarschijnlijk zijn de familienamen Van Roe(c)ke en Van Rook spellingsvarianten of taalkundige mutaties van de naam Van Roocke.

Samengevat


De naam Verhoeke is een herinterpretatie van de naam Verhoken.
De naam Verhoken is een hypercorrecte vorm van de familienaam Verroken.
De naam Verroken is een 17de eeuwse samentrekking van de naam vander Roken, één van de schrijfwijzen van de oorspronkelijke vorm van onze familienaam : de naam van de roke, die zelf in de tweede helft van de 14de eeuw is ontstaan als Middelnederlandse vertaling van de Picardische familienaam de le Roke.
De namen de Rocque en Delrocq zijn geëvolueerde vormen van de Franse vertaling van de Picardische naam de le Roke, de namen Derocq, Derock en Delrock vermoedelijk ook.
De naam Van Roocke met zijn variaties Van Roecke en Van Rook is op het einde van de 16de eeuw ontstaan als vertaling van de naam de le Rocque.

Een roke is een steengroeve, een steenberg, en de naam de le roke en al zijn afgeleide namen betekenen dus "van de steengroeve", "van de steenberg".

In het hoofdstuk over de oorsprong van onze naam zullen we deze roke lokaliseren.



klik hier om naar het begin van dit document te gaan.