andere families
van (der) Roken



~:§:~



           We konden aantonen dat alle personen die Verroken, Verhoken en Verhoeke heten, afstammen van Arent van der Roken.

We konden ook aantonen dat de voorouders van deze Arent, de familie van de roke die op het eind van de 14de en het begin van de 15de eeuw verbleef in Berchem en Gent, afstamt van de familie de le roke uit Doornik.

Soms werd de naam van een telg van de familie van de roke geregistreerd als van Roken.

We stootten tijdens ons genealogisch speurwerk echter ook op enkele families van der Roken en van Roken waarvan we geen enkel verband konden vinden met "onze" familie de le Roke.
Dit wil niet zeggen dat die verbanden er niet kunnen geweest zijn, alleen konden wij ze (nog) niet vinden, of achten wij ze weinig waarschijnlijk.



~:§:~



Pierre Van Roke fs Jean in Ieper (1349)

           In de "Inventaire des Archives du Nord, série B" vinden we onder nummer 1596 de volgende tekst :

"Rappels de ban, accordés par Louis de Male en 1349" ... "à Pierre Van Roke, banni d'Ypres par coutumace pour le meurtre de Jean Delleft."

Ene Pierre Van Roke was dus volgens het te Ieper vigerend gewoonterecht verbannen uit Vlaanderen, en deze verbanning werd door de graaf van Vlaanderen, Lodewijk van Male, herroepen.
Deze maatregel van de graaf van Vlaanderen moeten we bekijken in het kader van de machtsstrijd tussen de graaf, de gevestigde patricische families en de economisch machtige wolwevers die deze macht ook politiek wilden bevestigd zien.

Deze vermelding wordt nog méér merkwaardig wanneer we constateren dat vooraan in deze lijst de heren Jacob en Jan Van Artevelde, zonen van de Gentse hoofdman Jacob Van Artevelde, staan vermeld.
Vermoedelijk was Pierre Van Roke -onder leiding van of samen met de uit Gent afkomstige Van Arteveldes (?)- betrokken bij een opstand van de wevers te Ieper.

We vonden een tweede bron waarin deze rappel de ban wordt gesignaleerd :
In zijn "précis analytique des documents que renferme le dépot des archives de la Flandre Occidentale à Bruges" uit 1841, maakt auteur Octave J. Delepierre een analyse van een "rappel de ban" die geregistreerd werd op f° 65 v° van het registre des chartes, coté 1 :
(Sans date d'année, 21 février, à Male (en flamand))
Mention du rappel de ban accordé par le comte de Flandre, à Pierre Van Roke, fils de Jean, qui avait été banni par coutumace par la loi d'Ypres à cause de la mort de Jean Delleft et Pierrekin den Drussate.

We vinden hier de vroegste vermeldingen van de familienaam Van Roke.

Duidelijke, concrete verbanden met de familie van der roke uit Gent of de le Roke uit Doornik zijn er (voorlopig) niet.
Wel is dit niet de eerste, noch de laatste maal dat een naamgenoot in een politiek woelwater terecht kwam :

We verwijzen hierbij naar Guillaume Deleroke en zijn broer Piéron die in 1330 door de Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers werden verdacht van moord en verraad...(zie andere families de le Roke).
Misschien gaat het hier wel om dezelfde Pierre.

In het uitgesproken politiek woelige jaar 1379 was Jacop van der Roken of Denijs uit Gent gevlucht.
Uitgerekend de leider van de wolwevers Geeraerd Denijs had in 1345 de opdracht gegeven om Jacob Van Artevelde uit de weg te ruimen...

Uitzonderlijk interessante literatuur in dit (politiek geladen) verband is het boek van Wim Blockmans "Een Middeleeuwse vendetta Gent 1300".


Gheeraerd en Gabriël van der Roke - de la Rocque in Brugge (1374)


           In de "Inventaire des Archives de la ville de Bruges" vermeldt de heer Gilliodts in de charters 1325 en 1326 Geraerd en Gabriël van der Roke in 1374.

Uit de in het Frans opgestelde acte 1325 leren we dat Geraerd de la Rocque de gezel was van François Boussone, een "marchand plesentin, damnaste et payaste".
Geraerd had 355 gouden franken geleend aan Johan Westvale, Pruisisch burger en eigenaar van een handelsschip, een kogge.
Deze lening vond plaats in Laredo, een Spaanse havenstad.

Acte 1326 is in het Vlaams opgesteld, en "es de juformacie van Francois Boussone ende Gheeraerde vander Roke zinen gheselle".
In deze acte wordt beschreven dat "de vors[eide] cogghe ende datter toebehoorde hadde ghebleven in Spaengen te Bermeo of te Alaredo of te Viuieres" en dat "tachterste gelt dat vp den vors[eiden] cogghe en dat er toebehoort verleend was, en vercochten daer omme haere coopmanscepen, lakene, ende ander goed om ... ende sciplieden vuten groten commere te helpene daer zy in waren".

Uit deze acten onthouden we dat in 1374 -eens te meer- de naam de la Rocque uit de Franse tekst in de Vlaamse tekst werd vertaald tot vander Roke.
Of er enig verband is tussen deze Gheeraerd en Gabriël en de families de le roke en van de roke uit Doornik en Gent bestaat, is voorlopig nog niet duidelijk.

Brugge was op het eind van de 14de eeuw hèt internationaal handelscentrum in de Nederlanden.
De handelaars uit de Noordduitse en de rond de Oostzee gelegen hanzesteden ontmoetten er hun collega's uit de Noorditaliaanse, Spaanse en Portugese handelssteden.
Ook Valencijn, Doornik en Gent behoorden tot de hanze.
Eén van de Italiaanse steden die een eigen natie hadden in Brugge, met daaraan verbonden bijzondere voorrechten zoals tolverminderingen en een permanente vertegenwoordiging door een consul, een soort ambassade, was de stad Piacenza.
Piacenza is één van de steden uit Lombardije, van waaruit de internationale geldschieters -de zogeheten lombaarden- afkomstig waren.
De kooplui uit Piacenza noemde men "Plasentinen".
François Boussone was dus zo'n handelaar uit Piacenza, en zijn gezel Geraerd de la Roque of van der Roke was wellicht zijn factor, zijn permanent in Brugge -of in de Nederlanden- aanwezige partner die verantwoordelijk was voor de (letterlijk) goede gang van zaken van hieruit.
Meer historische informatie vindt u op de website van de stad Piacenza.

De omschrijving van François Boussone als marchand damnaste et payaste is wat moeilijker te begrijpen.
Voorlopig kom ik voor damnaste niet veel verder dan het Latijnse werkwoord damnare, wat "verplichten" betekent, en payaste heeft de stam van het (Oud)franse payer.
Een handelaar uit Piacenza die te maken had met verplichtingen en betalingen was wellicht een lombaard, een internationaal bankier gespecialiseerd in handelszaken.

De naam Boussone is waarschijnlijk een franse vertaling van een Italiaanse naam -iets in de trand van Buissone...
Verder onderzoek in Piacenzaanse -of is het Plezantijnse- archieven zal misschien gegevens over deze internationale handelaar Francesco Buissone opleveren...
Misschien vinden we er ook meer gegevens over zijn gezel Geraerd vander Roke...
Of over ene Gerardo de la Rocca.
De eerste (electronische) contacten werden reeds gelegd...

We denken hierbij aan de gelijkaardige activiteit in 1312 en '46 uitgeoefend door Denis de la Roke en Jaques de le Roke uit Valenciennes die geld leenden aan de graaf van Henegouwen (zie andere families de le Roke).
En natuurlijk ook aan de Doornikenaars Willem vander Roke die in 1379 geld leende aan de stad Brugge, en Jehane de le Rocque of vander Roke en haar kinderen, die op het eind van de 14de eeuw geld leenden aan de steden Doornik en Kortrijk.


Jean vander Roke of vander Rake in Brugge (1381)


           In de tekst van kroniekschrijver Jehan Froissart (°Valenciennes rond 1333, †Chimay 1410) wordt vermeld dat een Brugs burger Jean d'York door Jean Yoens werd vermoord.
Wanneer Froissart op zoek gaat naar deze Brugse Jean d'York besluit hij tot onze niet geringe verbazing :

"Le nom qui se rapproche le plus de Jean d'York est Jean vander Roke ou vander Rake, pensionnaire de la ville de Bruges, mais celui-ci vivait encore en 1381"

De mate waarin de naam Jean d'York lijkt op de naam Jean vander Roke doet hier (gelukkig maar!) niet ter zake...
Feit is dat er in één of ander document uit 1381 een Brugs pensionnaris met de naam Jean vander Roke of vander Rake moet vermeld staan.
Wij hebben dat document (voorlopig) nog niet gevonden...


Jan vander Roke fs Pieter de bastaard in Brugge (1400)


           In de Brugse poortersboeken werd op 22 november van het jaar 1400 de inschrijving genoteerd van Jan vander Roke, afkomstig uit Rijsel, en zoon van Pieter de bastaard.

"Ende trechte was hem quitgescolden door meester julijene vander hamme, en dit omme 6 ponden."

Ook hier de vraag : is er enig verband met "onze" families de le roke of vander roke"?

Of anders geformuleerd :

hoe groot is de kans dat de Doornikse meerseniersfamilie de le Roke (letterlijk) haar (bastaard)zonen uitzond naar handelssteden als Gent, Brugge en Rijsel?

Verder onderzoek rond de economische en familiale contacten van de familie(s) vander roke in Gent, Brugge en Rijsel en de families de le roke uit Doornik, Flobecq en Valenciennes zal misschien een afdoend antwoord op deze vraag verschaffen...


Een familie van Roken uit Lille (1441)


Jan van Roeken = Jan van der roeken in Diest (1507)

           In een naamkundig artikel over de veranderingen van familienamen in Oost-Brabant verschenen in de Vlaamse Stam 12 van 1985 , vermeldt F. Claes s.j. naast kleine klankverschillen in de naam, ook het weglaten of wijzigen van het tussenvoegsel in achternamen.

Bij de vele voorbeelden die de auteur aanhaalt lezen we : Jan van der roeken a° 1506 = jan van roeken a° 1507.
Wij deden navraag bij de auteur, doch het blijkt hier in 1506 om Jan vanden Roeken te gaan, lid van de familie van den Roedeken uit het Diestse, een familie genoemd naar het plaatselijk toponym Rodeken in Bekkevoort, met een oudste vermelding in 1321.
Reeds in 1302 was er een Dyeric van den Roedekene (vermeld in H. Van Gassens werk Bouwstoffen tot de historische taalgeografie van het Nederlands : Hertogdom Brabant) en ca 1340 stond er op de cijnsrol van de stad Diest ene Arnoldus dictus van den Roedekene.
De naam van Roedeken werd in het begin van de 16e eeuw sporadisch genoteerd als vanden Roeken, en zeer uitzonderlijk eens als van Roeken.

De familie van de(r) Roke(n) uit Vlaanderen, met oorsprong het toponym Roke in Flobecq is zeker niet verwant met de familie van (den) Ro(ed)eken uit het Diestse, die is genoemd naar de plaats Rodeken aldaar.
Wel doet zich bij beide achternamen eenzelfde taalkundig fenomeen voor : in de 16° eeuw worden beide familienamen opgetekend als van der/n Roeke(n) en als van Ro(e)cken.


Joeris van der roeken en Jan van roeken in Nuth (1485 - 1530)

           Via geneanet vonden we in de genealogische databank van Harry Savelkoul de naam van Jooris roex alias van der roecken.
Harry deelde ons mede dat deze persoon zich omstreeks 1530 in de gemeente Nuth in de zuidelijke tip van Nederlands Limburg bevond.

Ook in de kwartierstaat van Hendrik Jozef Jongen en die van W. Knarren, zijn nazaten, vinden we de naam van Joris van der roecken.
Hun bron bleek deel C van het genealogisch werk van Kreijns, zonder veel verdere gegevens.

In 2003 overleed de heer Jacques Heijnders, en op iniatief van zijn zoon Jacques werd zijn genealogisch speurwerk gepubliceerd op de website www.heijnders.nl, waarvan alle materiaal vrij te gebruiken is.

Met dank aan de heren Heijnders kunnen we er lezen er dat Joris van den Roecken omstreeks 1475 leenman was van de Heren van Schinnen van een stuk land en weide tussen Hellebroek en Nuth.
Joerijs ontving op 15 juni1483 twee bunder en drie sillen land bij Hollenbroek tegen een erfpacht van 10 vaten rogge per jaar.
"Joeres van Hoellenbroick" bezat in 1488 in leen hoeve en molen te Nuth.
Het leen lag in ter Reucken, ook van den Reucken genaamd, tussen Nuth en Hellebroek.
Daar ligt nu de Reukenderweg.
Na zijn dood werd hij op 28 oktober 1506 opgevolgd door zijn zoon Jan van Roecken.

De ongetwijfeld nauw verwante Willem van den Roijcken was omstreeks 1475 man van land en weide tussen Hellebroek en Nuth.
Na zijn dood werd hij opgevolgd door Helger van den Roijcken, na hem Joeris van den Roecken.

Deze familie Van den Roecken en onze familie Van de Roke ontleenden beiden hun naam aan een toponiem.
Uitzonderlijk merkwaardig is bovendien dat beide families ook op een quasi gelijknamige plaats een leen hadden, de ene in Hellebroek nabij Nuth, de onze in de Heylbroek te Berchem !
Ook de variaties in de schrijfwijzen van deze familienamen zijn zeer gelijklopend : we vinden opnieuw de schrijfwijzen van der roeken en van roeken.
Daar we ons hier echter zeer dicht bij het Duits taalgebied bevinden, en het toponiem als "ter Reuken" wordt geschreven, werd deze "oe" zeer waarschijnlijk in oorsprong niet als [o:] uitgesproken, maar wel als [Ø].
In latere eeuwen evolueerde deze achternaam van Van den Roecken, Van den Roijcken en van Roecken, via Roicks, Roucks, Roux en Roecks tenslotte door herinterpretatie naar de nog bestaande vorm Roex.


Hans van Rock in Antwerpen (1627-'28)

           In "de liggeren en andere historische archieven der Antwerpsche St.-Lucasilde", gepubliceerd door Ph. Rombauts en Th. van Lerius kunnen we lezen dat in 1627-'28 Hans van Rock meester "affsetter" was en een bijdrage betaalde aan de St.-Lucasgilde in Antwerpen.


klik hier om naar het begin van dit document te gaan