~:§:~
We konden aantonen dat alle personen die Verroken, Verhoken en Verhoeke heten, afstammen van Arent van der Roken.
We kwamen tot de conclusie dat de voorouders van deze Arent, de familie van de roke die op het eind van de 14de en het begin van de 15de eeuw verbleef in Berchem en Gent, afstamt van de familie de le roke uit Doornik.
We stootten tijdens ons genealogisch speurwerk echter ook op enkele families de le Roke waarvan we geen enkel verband konden vinden met "onze" familie de le Roke.
Dit wil niet zeggen dat die verbanden er niet kunnen geweest zijn, alleen konden wij ze niet vinden, of achten wij ze weinig waarschijnlijk.
~:§:~
L. Devillers publiceerde in een uitgave van la Société des Bibliophiles Belges het "Cartulaire des cens et rentes dus au comte de Hainaut 1265 - 1286".
Daarin staat vermeld dat in Pons-sur-Sambre een zekere Watier de le Roke een rente aan de graaf van Henegouwen betaalde.
In een oorkonde van 1330 vraagt Lodewijk van Nevers, de graaf van Vlaanderen, aan de graaf van Henegouwen om een groep opstandelingen uit te leveren.
Zij worden verdacht van medeplichtigheid aan moord en verraad...
In deze groep komen de namen van Guillaume Deleroke en Pieron son frère voor.
In zijn werk over "le régime juridique et économique du commerce de l'argent dans la Belgique du moyen âge" vermeldt G. Bigwood de lombaardfamilie de le Roke.
In 1310 verleende men octrooibrieven aan de lombaarden Berard de Croisilles en Denis de la Roque te Mechelen.
Denis de la Roque was eigenaar van het huis in Mechelen van de Italiaanse lombaardfamilie Caorsini. In 1310 verkocht hij het voor 50 pond oude Franse groten aan de Mechelse magistraat.
G. Bigwood vermeldt tussen haakjes dat het hier om de Italiaanse lombaard Denis della Rocca zou gaan...
We vonden in een Doornikse acte uit oktober 1282 dat Jakemes li Cauwersin, zoon van Estievenon li Cauwersin de opdracht geeft om zijn eigendom te verkopen, in het kader van zijn opvolging... dus toch een band met Doornik.
In de "Inventaires des Archives du Nord" vinden we in de "tables de la série B" de lombaard Denis de le Roke.
Hij werd samen met Willaume Vake en zijn zoon Ganduffin, Jean de Mirabello, Lyon Déal, Obert de Montemaing en Jaques Garet vermeld in 1312 in een regeling die de graaf van Henegouwen trof met betrekking tot de draperie van de stad Valenciennes.
In de doctoraatsthesis uit 1908 van Paul Morel over "les Lombards dans la Flandre française et le Hainaut" vinden we een transcriptie van de acte waarin graaf Willem van Henegouwen octrooibrieven verleende aan verschillende lombaarden, waaronder Genis de le Roke, en hun het recht verschafte in Valenciennes of Marly te verblijven gedurende 12 jaar en er geld te kopen, te verkopen, te wisselen of te lenen.
Deze octrooibrieven werden vernieuwd in 1324, 1333 en 1338.
In 1321 werden octrooibrieven verleend aan Obert de Montemaing, Denis de le Roke, Bérard de Croisilles en compagnons, lombaarden uit Valenciennes.
Op 18 april 1326 verkregen Obert de Montemaing, Denis de le Roque en Gandoulfe Vague uit Bouchain octrooibrieven voor 12 jaar en het recht zich te vestigen in Bouchain.
In 1333 regelde graaf Willem van Henegouwen wat hij nog moest betalen aan de lombaarden van Valenciennes, onder wie Jakemard de la Roke en zijn neef Barthelmieu.
In 1334 werden octrooibrieven verleend aan Bertremieu de le Roke, Gabriel de Montemaing en Oppechin Sourt uit Velenciennes.
Op 4 juli 1334 leenden Oppechin Sourt en Bertremieu de le Roke, wonende in Valenciennes 68 pond 17 sous en 10 denieren aan graaf Willem I van Henegouwen.
G. Bigwood vermeldt als additionele informatie hierbij nog dat de lombaarden van Bouchain een zekere Thomas Toutfaire betaalden in naam van de graaf van Henegouwen.
Op 23 juli 1334 leende Willem I van Henegouwen 600 Florentijnse florijnen bij Bertremieu dele Roke en Gabriël de Montemain uit Valenciennes.
Als pièce justificative XXXIX publiceert G. Bigwood de tekst van het mandaat dat de graaf van Henegouwen en Holland op 28 juli 1334 gaf aan Oppechin Sourt en Bertelmieu de le Roke, lombaarden van Valenciennes, om in zijn naam 20 pond parisis te betalen aan Maignon Dotegnies.
Op 20 maart 1343 leenden Jaquemart de le Roke en Bastin Garet uit Valenciennes 3695 florijnen en 3 groten aan graaf Willem II van Henegouwen.
In 1344 werden octrooibrieven verleend aan Jaquemart de le Roke en Bastin Garet, lombaarden uit Valenciennes.
In het cartularium van de graven van Henegouwen vinden we in 1346 te Valenciennes de lombaard Jacques de le Roke.
Tijdens de middeleeuwen verbleven er in onze contreien handelaars uit Amalfi, Cremone, Bologna, Asti, Albi, Milano, Sienna, Pistoia, Piaccenza, Roma, Luca, Pisa, Firenze, Genua, Venezia...
Paul Morel beklemtoont in zijn doctoraatsthesis dat de economische contacten tussen onze streken en de diverse Italiaanse republieken zeker voldoende intens en frequent waren om een duidelijk onderscheid te maken tussen handelaars en bankiers uit Toscanië of Lombardije, of uit Italië in het algemeen.
De lombaarden die tijdens de middeleeuwen in onze streken handel dreven waren dus wel degelijk afkomstig uit de Italiaanse streek Lombardije, meer bepaald uit de steden Asti, Chieri en Ferrare.
Eén van deze Lombaardse families werd in diverse documenten geregistreerd als de le Roke, zeer waarschijnlijk heetten de leden van deze familie in Lombardije della Rocca, en werd hun familienaam vertaald.
(zie le servage au comté de Hainaut - L. Verriest)
klik hier om naar het begin van dit document te gaan