~:§:~
Er zijn verschillende mogelijkheden waarop men de speurtocht naar zijn voorouders kan organiseren.
Men kan proberen om zo veel mogelijk voorouders op te sporen in een kwartierstaat.
Iedereen heeft 2 ouders, 4 grootouders, 8 overgrootouders, ... je aantal voorouders verdubbelt telkens je een generatie verder teruggaat in het verleden.
Elke generatie wordt met een specifieke term aangeduid, om de volledige lijst van deze benamingen en hun aantal te bekijken, kan je hier klikken.
Het wordt al snel duidelijk dat zo'n kwartierstaat na enkele generaties een enorme hoeveelheid namen bevat, zodat men zich al vlug realiseert dat iedereen in onze contreien familie van elkaar is.
Even vlug becijferd : rond 1400 waren er in de Nederlanden ongeveer 2,5 miljoen inwoners, en wanneer je rekening houdt met een gemiddelde van 4 generaties per eeuw, heb je tussen de jaren 1400 en 2000 dan 24 generaties voorouders.
Dat zijn 16.777.216 personen in die 24ste generatie alleen al !
Dit impliceert dat je meer dan eens via verschillende voorouderlijnen bij dezelfde mensen moet uitkomen.
Zelfs na enkele generaties heb je al gauw een paar duizend personen in je kwartierstaat staan, en het wordt praktisch bijna onmogelijk om dieper in te gaan op de levensloop van al deze mensen.
De meeste kwartierstaten zijn inderdaad enkel een opsomming van de namen van de voorouders van de probant.
Men kan ook enkel zijn mannelijke of enkel zijn vrouwelijke voorouders gaan opzoeken, zo bekom je dan parentele of maternele voorouderlijsten. Ze hebben elk hun typische eigenschappen en voordelen, en worden om uiteenlopende redenen opgesteld.
Bij het opzoeken van een stamboom worden alle dragers van eenzelfde familienaam opgespoord. Daarbij stelt de genealoog dan eerst zijn paternele voorouderlijst op die zo veel mogelijk generaties terug gaat in de tijd, en dan worden alle afstammelingen-naamdragers van deze vroegste gevonden mannelijke voorouder opgezocht.
Een vaak toegepaste werkwijze is het opstellen van een afstammelingenpiramide, waarbij men alle afstammelingen van één bepaalde persoon opzoekt.
Afhankelijk van de voortplantingsdrift en de vruchtbaarheid van vooral de eerste generaties nakomelingen, kan dit een zeer beperkt of een zeer groot aantal nakomelingen opleveren.
Bij de aanvang van de genealogische onderzoekingen naar onze familie werd gekozen om te trachten een stamboom op te stellen van de familie Verroken.
Dikwijls werden de resultaten aangevuld met twee of meer generaties afstammelingen van vrouwelijke naamdragers, en waar mogelijk werd ook naar relevante informatie gezocht over de aantrouwende families.
Zoals het spreekwoord zegt, leert men al doende, en de complexe geschiedenis van de familienaam Verroken maakte al snel duidelijk dat het concept van een stamboom van de familie Verroken-Verhoken veel te eng was om de gevonden resultaten volledig tot hun recht te laten komen.
De aangewezen onderzoeksmethode bleek eerder het schrijven van een heuse familiegeschiedenis, wat natuurlijk veel meer onderzoek en studie vergde - en nog steeds vergt.
De genealoog die zich tot doel stelt een familiegeschiedenis te schrijven, baseert zich doorgaans op een stamboom, dikwijls aangevuld met kleine of uitgebreide kwartierstaten en afstammelingenlijsten, en verwerkt alle gevonden informatie over die voorouders en hun verwanten in een serie levensverhalen, bespreekt de gelijkenissen en verschillen binnen eenzelfde generatie en tussen elkaar opvolgende generaties, en dit alles kan belicht worden vanuit een historische, economische, sociale, culturele en/of religieuze invalshoek.
Hij verschaft zichzelf daarbij de mogelijkheid om elk interessant gegeven dat hij ontdekt over een persoon, een plaats, een tijdperk of een gebeurtenis te verwerken in de bespreking van de geschiedenis van zijn familie.
Deze werkwijze biedt ook het voordeel dat het werk nooit "af" is.
Het schrijven van een familiegeschiedenis vraagt dan ook een serieuze investering van tijd : men moet immers een minimum aan kennis van een aantal uiteenlopende wetenschappelijke disciplines bezitten.
Wie niet goed op de hoogte is van de algemene en de economische geschiedenis van het tijdperk en de streek waarin hij genealogisch onderzoek doet, zal ongetwijfeld bepaalde verbanden niet zien. De lokale geschiedenis dient men grondig te kennen, en voor sommige tijdsvakken dient er intens gestudeerd te worden!
Je moet zien te weten te komen wát in wélke archiefbronnen zou kunnen staan, en waar die te vinden zijn, indien ze bewaard zijn gebleven.
Boeken moet je verslinden, naslagwerken erop naslaan, lijsten doorlopen, indexen controleren, en het helpt over een meer dan normale dosis geduld en doorzettingsvermogen te beschikken, om te kunnen aanvaarden dat je voorouders er soms in slaagden aan de administratie te ontsnappen, of dat net dát archiefstuk waar ze hadden kunnen instaan is verdwenen, of dat het gehele archief van de stad waar je voorouders leefden in de vlammen opging.
Het vereist een grondige kennis van het oud schrift uit de verschillende periodes, het vraagt tijd en oefening om zich de kunde eigen te maken de hanenpoten uit het verleden te kunnen lezen. Je moet de afkortingen en stenografische tekens avant la lettre onderkennen en kennen, waarna je dan kan vaststellen dat je maar weinig begrijpt van wat je met veel moeite hebt kunnen ontcijferen, omdat je het toen vigerende notaristaaltje nog niet genoeg beheerst.
Daarvoor moet je dan weer bepaalde begrippen uit het toenmalige internationaal, regionaal en lokaal recht bestuderen, de gewoonten in het familie- en erfenisrecht, dikwijls zeer verschillend van streek tot streek, de verschillen in rechten en plichten tussen de verschillende standen in de maatschappij, de feodale machtsverhoudingen en hun gevolgen voor de gewone man en vrouw, de rechten en plichten van de vrouw, de verantwoordelijkheden binnen het huwelijk,
en het huwelijksrecht in het algemeen, de positie van bastaards...
en zo voort, en zo verder.
Ook de wetenschap der naamkunde, niet mogelijk zonder kennis van een aantal algemene taalkundige basisprincipes, dient bestudeerd te worden.
Dikwijls zijn de oude documenten opgesteld in een vreemde taal; onze contreien zijn overheerst geweest door heel wat vreemde mogendheden, of in een taal die niet meer gebruikt wordt of niet meer bestaat... een grondige kennis van Middelnederlands en noties van Latijn, Picardisch en oud-Frans bleken bij onze studie onmisbaar.
Om je een idee te kunnen vormen over de welvaartsgraad van je voorouders moet je ook weten hoe je economische waardebepalingen moet inschatten, of ten minste weten waar je daar informatie kan over opzoeken... slechts als je weet wát hoevéél kostte, en hoe lang daarvoor moest gewerkt worden kun je je een idee vormen over de belangrijkheid van bepaalde geldsommen.
Een bijkomende studie dient daarbij gewijd te worden aan de verschillende soorten munten en hun onderling sterk variërende wisselkoersen !
Je moet inzicht verwerven in de vroegere gezinsstructuren en het belang van economische en sociale netwerken en verhoudingen, in de economische organisatie in de steden en op het platteland, in specifieke noden en voorwaarden voor het uitoefenen van bepaalde beroepen, in lang vervlogen landbouwtechnieken en -gewoonten,...
Je dient informatie te zoeken over vroegere problemen met hygiëne, de daaruitvolgende gevaren van besmettelijke ziekten, de andere belangrijke doodsoorzaken, de gemiddelden per tijdperk inzake huwbare leeftijd, kindersterfte en levensverwachting.
Waar men vroeger nood had aan een zeer goed georganiseerde klasseringsmethode van alle gevonden gegevens, is sinds enkele jaren een minimum aan basiskennis over digitale databanken en gegevensverwerking noodzakelijk geworden.
Het laat zich uitschijnen dat vele archieven in de toekomst enkel nog digitaal zullen kunnen onderzocht worden, al was het maar om de originele archiefstukken van slijtage te vrijwaren.
Als men dan ook nog beslist een website te creëren, moet men zich ook daar toch even op toeleggen, en vooral hier geldt het principe dat de mogelijkheden toenemen naarmate de kennis vergroot. Door de zeer toegankelijke beeldverwerkingstechnieken ligt een digitaal familiefotoboek binnen bereik, doch het doorzoeken van foto-archieven en de identificatie van de gefotografeerde personen is niet noodzakelijk altijd even eenvoudig!
Hierbij dan ook een oproep aan iedereen die oude foto's van de families Verroken,Verhoken,Verhoeke en Delrocq of Delrock bezit om een kopie of een gedigitaliseerde versie door te sturen! De beelden zullen met het nodige respect worden behandeld en voorlopig off-line worden opgeslagen.
Het moge duidelijk wezen dat het voor één persoon praktisch onmogelijk is om in al deze disciplines uit te blinken, en de grootste hulp daarbij, is... hulp.
Twee weten altijd meer dan één, en iedereen heeft zijn bijzondere talenten en eigenschappen! Als je daarenboven met meer dan één persoon aan eenzelfde project werkt wordt de kans kleiner dat er belangrijke zaken volledig over het hoofd worden gezien.
Bovendien kan elk dan op zijn beurt de hulp inroepen van kennissen en contacten leggen met professionele wetenschappelijke onderzoekers en onderlegde collega's genealogen.
Veel leesgenot!
Bart Verroken
klik hier om naar het begin van dit document te gaan